← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2021:4984

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummers BRE 21/2523 en 21/2525 tot en met 21/2527 uitspraak van 8 oktober 2021 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Motivering Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraken op bezwaar tegen de naheffingsaanslagen loonheffingen, bijdrage Zorgverzekeringswet en premies werknemersverzekeringen over de jaren 2016 en 2017 en de tijdvakken 1 januari 2018 tot en met 12 augustus 2018 en 31 juli 2018 tot en met 31 december 2018 met aanslagnummers [aanslagnummer] 00439, [aanslagnummer] 00440, [aanslagnummer] 00441 en [aanslagnummer] 00050 en de bij beschikking opgelegde boete. De uitspraken op bezwaar hebben als dagtekening 28 april

  1. Er zijn geen aanwijzingen dat verzending aan belanghebbende pas na die dagtekening heeft plaatsgevonden. De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn eindigde op 9 juni
  2. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ook is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Het beroepschrift met dagtekening 8 juni 2021 is weliswaar op 15 juni 2021, dus binnen een week na afloop van de termijn, ontvangen bij de rechtbank. Maar het is gelet op de datum van de poststempel (14 juni 2021) en in tegenstelling van wat belanghebbende aanvoert niet aannemelijk dat het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. De beroepstermijn is van openbare orde. Dit betekent dat bij een termijnoverschrijding een niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Dat is alleen anders indien “redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest”, oftewel indien de termijnoverschrijding ‘verschoonbaar’ is. Belanghebbende heeft verder geen redenen aangevoerd voor de overschrijding van de beroepstermijn. Er zijn dus geen omstandigheden komen vast te staan op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De beroepen zijn dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 8 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.