← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2021:5229

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/296916-19 vonnis van de meervoudige kamer van 22 oktober 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , wonende bij [verblijfplaats] momenteel uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Grave, raadsman mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Tilburg. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 oktober

  1. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman mr. Mooren. De officier van justitie, mr. C. de Pagter, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 12 december 2019 te Tilburg feit 1: [benadeelde partij] heeft bedreigd met een schop;feit 2: twee autospiegels van [benadeelde partij] heeft vernield; feit 3: een kruisbeeld uit de [naam 1] heeft gestolen;feit 4: door zijn rijgedrag gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt en daarmee een verkeersongeval met een fietser heeft veroorzaakt, danwel dat verdachte de plaats van een ongeval heeft verlaten. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de in het dossier opgenomen bewijsmiddelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht 4.3.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht De rechtbank acht, met de officier van justitie, alle feiten wettig en overtuigend bewezen. Voor wat betreft feit 4 komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
  2. op 12 december 2019 te Tilburg [benadeelde partij] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend, een schop zichtbaar voor die [benadeelde partij] in zijn handen gehouden en daarbij deze dreigend te woorden toegevoegd: “Ik maak je kapot, ik maak je kapot”; 2.op 12 december 2019 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk twee spiegels van een motorvoertuig v.v.h.k. [kenteken 1] , die aan een ander, te weten aan [benadeelde partij] toebehoorden, heeft vernield; 3.op 12 december 2019 te Tilburg een kruisbeeld, dat aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 4 primair. op 12 december 2019 te Tilburg als bestuurder van een voertuig (personenauto v.v.h.k. [kenteken 2] ), daarmee rijdende op de weg, Professor Cobbenhagenlaan,- met een aanzienlijk hogere snelheid dan de aldaar op dat weggedeelte van die weg toegestane maximumsnelheid van 50 km/uur,en - op de kruising of splitsing van die weg en de wegen, Reitseplein en/of Professor Cobbenhagenlaan, alwaar een driekleurig verkeerslicht in zijn richting rood licht uitstraalde, niet is gestopt en die kruising of splitsing met een aanzienlijke snelheid is opgereden, waarbij voor de bestuurder ( [naam 2] ) van een fiets, die de kruising of splitsing reeds was opgereden, gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd. Kennelijke taal- en/of schrijffouten die in de tenlastelegging voorkomen, zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van de feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. 5.2 De strafbaarheid van verdachte 5.2.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vordert ontslag van alle rechtsvervolging, omdat zij verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar acht. 5.2.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft eveneens verzocht verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. 5.2.3 Het oordeel van de rechtbank De gedragsdeskundigen, psychiaters [naam 3] en [naam 4] , hebben verdachte onderzocht en zijn in hun rapport van 10 februari 2021 tot de conclusie gekomen dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde leed aan meerdere ziekelijke stoornissen. Verdachte zijn gedragskeuzes werden volgens de gedragsdeskundigen in volledige mate bepaald door deze stoornissen en zij adviseren dan ook de tenlastegelegde feiten volledig niet aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt deze tot de hare. De rechtbank is van oordeel dat verdachte dientengevolge niet strafbaar is, nu de tenlastegelegde feiten hem niet kunnen worden toegerekend. Op grond hiervan zal de rechtbank verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging. 6De benadeelde partij t.a.v. feit 1 en feit 2 De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een schadevordering ingediend, maar daarop zijn geen bedragen ingevuld. Bij de post materiële schade is opgemerkt dat de verzekeringsmaatschappij de hoogte van het schadebedrag wel zal kennen, zodat niet valt vast te stellen dat [benadeelde partij] thans zelf nog schade heeft, die niet reeds is vergoed. Bij de post immateriële schadevergoeding is door [benadeelde partij] reeds opgemerkt dat hij ervan uitgaat dat die schadepost niet kan worden vergoed én is voorts nog onvoldoende met stukken onderbouwd welk leed [benadeelde partij] van het bewezen gedrag van verdachte heeft ondervonden. Gelet daarop kan de rechtbank het schadebedrag niet vaststellen, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering. De vordering kan eventueel bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. 7Het beslag 7.1 De teruggave aan verdachte De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan verdachte, aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 57, 285, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikel 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: Bedreiging met zware mishandeling; feit 2: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen; feit 3: Diefstal; feit 4 primair: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; - verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging; Beslag - gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een Volkswagen personenauto met kenteken [kenteken 2] ; Benadeelde partijen - verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht; - veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil; - heft het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. Broeders, voorzitter, mr. P. Kooijman en mr. H.E. Goedegebuur, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A.M. Balemans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 oktober 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.