RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-171180-20 vonnis van de meervoudige kamer van 11 februari 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1985, te [geboorteplaats] , laatst bekende adres: [adres] , raadsman mr. M. van Kelecom, advocaat te Koersel, België. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 januari 2021, waarbij de officier van justitie, mr. Brandwijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat Feit 1: verdachte een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij twee personen zwaar gewond dan wel gewond zijn geraakt. Feit 2: verdachte onder invloed van drugs heeft gereden. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide feiten heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op het forensisch onderzoek van het ongeval, de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] en ten aanzien van het letsel op de geneeskundige verklaringen over [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De officier van justitie is van mening dat er sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid. Ten aanzien van feit 2 baseert zij zich op het NFI-rapport. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Aan de rechtbank ligt de vraag voor of het handelen van verdachte kan worden gekwalificeerd als een overtreding in de zin van artikel 6 WVW. Daarbij moet gekeken worden naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het ongeval. Daarbij verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Van schuld in deze zin is pas sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Niet elk tekortschieten, niet elke verkeersovertreding is voldoende voor het aannemen van schuld. Bij het vaststellen van onvoorzichtigheid gaat het om de vraag of de verdachte objectief gezien een ernstige fout heeft gemaakt dan wel zijn rijgedrag (aanmerkelijk) onder de maat is gebleven van wat van een automobilist in het algemeen en gemiddeld mag worden verwacht. De rechtbank stelt vast dat verdachte op 22 mei 2019, omstreeks 16.50 uur in Rijsbergen reed op de Antwerpseweg. Volgens getuigen [getuige 2] en [getuige 1] reed zij slingerend, volgens [getuige 2] al vanaf de rotonde, en kwam zij meerdere keren op de andere weghelft terecht. Volgens [getuige 2] voegde verdachte op de rotonde te laat in en ging dat maar net goed. Verdachte kwam vervolgens geheel op de andere weghelft voor tegemoetkomend verkeer terecht en raakte vlakbij het adres Antwerpseweg nummer [adres 1] in botsing met de auto van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Het was vrij druk op de weg volgens de eigen verklaring van verdachte en die van [getuige 2] . Verdachte bleek een grote hoeveelheid drugs in haar bloed te hebben. Er werd bij haar een waarde van 340 microgram amfetamine per liter bloed gemeten waar de grenswaarde, indien er een combinatie van middelen is gebruikt, 25 microgram bedraagt. Ook werd er een waarde van 17 milliliter GHB per liter bloed gemeten waar de grenswaarde, indien er een combinatie van middelen is gebruikt, 5 milliliter bedraagt. Gelet op dit samenstel van gedragingen en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat sprake is van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De rechtbank acht van doorslaggevend belang dat verdachte onder invloed van veel drugs als autobestuurder aan het verkeer heeft deelgenomen, en komt daarom tot een hogere mate van schuld dan waarvan de officier van justitie uitgaat. Door de aanrijding heeft [slachtoffer 1] een fractuur aan de enkel opgelopen en een kneuzing van de borstkas. De geschatte duur van de genezing bedroeg aanvankelijk voor de enkel drie tot zes maanden en voor de borstkas enige weken. [slachtoffer 2] had als gevolg van de aanrijding een borstgordelafdruk met begeleidende borstbeenbreuk, gebroken middenvoetsbeentjes en een forse ontvelling aan de hand. Zij heeft voor de gebroken middenvoetsbeentjes een operatie moeten ondergaan. De geschatte duur van de genezing voor de voetfracturen bedroeg aanvankelijk drie tot zes maanden. Ter zitting heeft de officier van justitie toegelicht dat beide slachtoffers, wellicht mede gelet op hun leeftijd, nooit meer volledig zullen herstellen. Dit letsel kwalificeert bij zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] als zwaar lichamelijk letsel, gelet op de duur van het herstel en omdat een deel van de letsels operatief moest worden verholpen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1 op 22 mei 2019 te Rijsbergen, gemeente Zundert, althans inNederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig(personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Antwerpseweg, zich zodanigheeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeftplaatsgevonden, immers heeft zij, verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend, onvoldoende rechts gehouden engereden op de weghelft van genoemde weg, bestemd voor het haartegemoetkomende verkeer, waardoor zij, verdachte, met de door haar bestuurde personenauto in botsing is gekomen met een haar tegemoetkomende personenauto ( Mercedes C200 met kenteken [kenteken 1] ), door welk verkeersongeval, [slachtoffer 1] (zijnde de bestuurder van die Mercedes) zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht, te weten een gebroken enkel en een gekneusde borstkas,en/of [slachtoffer 2] (zijnde de passagier van die Mercedes) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten: een gebroken borstbeen en vier gebroken tenen en een diepe snijwond in de hand en een snijwond in de knie althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994; 2 op 22 mei 2019 te Rijsbergen, gemeente Zundert, althans inNederland, als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeftbestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te wetenamfetamine (340 microgram per liter) engamma buturolacton/GHB (17milligram per liter), waarvan zij wist , dat het gebruikdaarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - derijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moestworden geacht; De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden en een rijontzegging voor de duur van 2 jaren. 6.2 Het standpunt van de verdediging Namens verdachte is betoogd dat een gevangenisstraf, gelet op de psychische toestand van verdachte, niet passend is. De raadsman heeft geen verweer gevoerd op de door de officier van justitie geëiste rijontzegging. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft een heftig verkeersongeval veroorzaakt. Ze is onder invloed van een combinatie van drugs, in hoge doseringen, in de auto gestapt en de weg op gegaan. Op een drukke weg reed ze slingerend van rechts naar links en kwam zo op de verkeerde weghelft terecht. Hierdoor is ze frontaal tegen de auto van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gebotst. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Zij hebben beiden na het ongeval vijfenhalve maand in een revalidatiecentrum verbleven. [slachtoffer 2] kan niet meer zonder het hulpmiddel van een voetheffer lopen en ook [slachtoffer 1] is na het ongeval niet meer de oude geworden. De rechtbank vindt dit heel ernstig. Door onder dusdanige invloed van drugs als autobestuurder aan het verkeer deel te nemen heeft verdachte onverantwoorde risico’s genomen. Ze heeft zich onverschillig getoond voor de geldende verkeersregels en de veiligheid van andere weggebruikers. Dit gedrag heeft bij twee mensen zwaar lichamelijk letsel teweeggebracht. Het is goed dat, zoals haar raadsman heeft gesteld, verdachte inmiddels beseft dat het nog veel erger had kunnen aflopen. Bij haar beslissing over de strafmodaliteit en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank is tot een zwaardere mate van schuld gekomen dan de officier van justitie. Die oriëntatiepunten gaan bij een gradatie van ‘ernstige schuld’, ‘zwaar lichamelijke letsel’ en bovenmatig middelengebruik uit van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden in combinatie met een rijontzegging van 3 jaren. De rechtbank houdt voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze door de raadsman zijn aangegeven. Verdachte heeft al langere tijd psychische problematiek, heeft hersenletsel opgelopen als gevolg van een eerder ongeval en kent in haar persoonlijk leven een wankel evenwicht waarbij zij dagelijks zorg nodig heeft om zich staande te houden. Op de Belgische documentatie van verdachte staat een verkeersfeit uit 2018. Gelet op deze persoonlijke omstandigheden zal de rechtbank de op te leggen straf iets matigen door een deel van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf in voorwaardelijke zin op te leggen. Alles afwegend legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een rijontzegging voor de duur van 3 jaren. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 8De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor anderen zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht; feit 2: overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994; - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar; - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 36 maanden. Dit vonnis is gewezen door mr. Diepenhorst, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Broeders, rechters, in tegenwoordigheid van Schuurmans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 februari 2021. Mr. Kooijman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I De tenlastelegging 1. zij op of omstreeks 22 mei 2019 te Rijsbergen, gemeente Zundert, althans inNederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig(personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Antwerpseweg, zich zodanigheeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeftplaatsgevonden, immers heeft zij, verdachte roekeloos, in elk geval zeer, althansaanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, onvoldoende rechts gehouden en/ofgereden op de weghelft van genoemde weg, bestemd voor het haartegemoetkomende verkeer, waardoor zij, verdachte, met de door haar bestuurde personenauto in botsing is gekomen met een haar tegemoetkomende personenauto ( Mercedes C200 met kenteken [kenteken 1] ), door welk verkeersongeval, [slachtoffer 1] (zijnde de bestuurder van die Mercedes) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten een gebroken enkel en/of een gekneusde borstkas,en/of [slachtoffer 2] (zijnde de passagier van die Mercedes) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten:een gebroken borstbeen en/of vier gebroken tenen en/of een diepe snijwond in dehand en/of een snijwond in de knie althans zodanig lichamelijk letsel werdtoegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van denormale bezigheden is ontstaan,terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid vande Wegenverkeerswet 1994;( art 6 Wegenverkeerswet 1994 ) 2zij op of omstreeks 22 mei 2019 te Rijsbergen, gemeente Zundert, althans inNederland, als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeftbestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te wetenamfetamine (340 microgram per liter) en/of gamma buturolacton/GHB (17milligram per liter), waarvan zij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruikdaarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - derijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moestworden geacht;( art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )Bijlage II De bewijsmiddelen Feiten 1 en 2 De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. 1. Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, opgenomen op dossierpagina 5 e.v. van het eindproces-verbaal met nummer PL2000-2019117986, inhoudend: Locatie ongeval Datum : 22 mei 2019 Omstreeks: 16.50 uur Adres: [adres 1] Postcode plaats: [postscode] Gemeente : Zundert (…) Vermoedelijke toedracht De bestuurder van de Mercedes met kenteken [kenteken 1] heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Antwerpseweg, komende uit de richting van Rijsbergen en gaande in de richting van Zundert. De bestuurster van de Peugeot met kenteken [kenteken 2] heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Antwerpseweg komende uit de richting van Zundert en gaande in de richting van Rijsbergen. De bestuurster van de Peugeot is met het gehele voertuig op de rijstrook bestemd voor verkeer in de richting van Zundert geraakt. Ter hoogte van hectometerpaal 11.1, is de Peugeot met de voorzijde, tegen de voorzijde van de Mercedes gebotst (…) Betrokken 1 (voertuig) Voertuig Personenauto [kenteken 2] Peugeot 206 (België) Bestuurder [verdachte] Betrokken 2 (voertuig) Voertuig Personenauto [kenteken 1] Mercedes C200 (België) Bij het ongeval hebben onderstaande personen letsel opgelopen (…) Achternaam: [slachtoffer 1] Voornamen: [slachtoffer 1] Geboren: [geboortedag] 1940 Geboorteplaats: [geboorteplaats] (…) Letsel: enkel gebroken, borstkas gekneusd Rol in relatie tot aanrijding: Bestuurder van personenauto [kenteken 1]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.