RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummers: 02-174732-21, 02-189519-21 en 02-144863-21 (ttz. gevoegd), 02-020576-21 (TUL) en 02-143807-20 (TUL) vonnis van de meervoudige kamer van 28 oktober 2021 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,wonende te [adres verdachte] , gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Middelburg, raadsman: mr. A.I. Cambier, advocaat te Axel. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 oktober 2021, waarbij de officier van justitie, mr. K. Pieters, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermelde parketnummers en zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte 02-174732-21: samen met (een) ander(en) met geweld en bedreiging met geweld de telefoon van [slachtoffer 1] heeft gestolen dan wel die [slachtoffer 1] met geweld en bedreiging met geweld heeft gedwongen tot afgifte van zijn telefoon; 02-189519-21, feit 1: samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen zes personenauto's door deze te raken en er tegenaan te slaan, te schoppen en te trappen; feit 2: een boksbeugel voorhanden heeft gehad en heeft gedragen; 02-144863-21: [slachtoffer 2] heeft bedreigd door een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan haar te tonen en op haar te richten. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van parketnummer 02-174732-21 De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met de medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. Bewezen kan worden dat de mobiele telefoon van [slachtoffer 1] is weggenomen terwijl die diefstal vergezeld en gevolgd werd door geweld, namelijk door het schoppen en slaan van [slachtoffer 1] . Het aandeel van verdachte bestond onder meer uit het aangaan van de confrontatie. Daarnaast heeft hij ook zelf geweld gebruikt door zogenaamde “low kicks” uit te delen. Omdat de telefoon van [slachtoffer 1] uit zijn handen is getrokken, is er sprake van een voltooide diefstal met geweld en niet van afpersing. Ten aanzien van parketnummer 02-189519-21 De officier van justitie vordert vrijspraak van het onder feit 1 tenlastegelegde openlijk geweld in vereniging, omdat onduidelijk is door wie en op welk moment de geweldshandelingen hebben plaatsgevonden. Wel blijkt uit het dossier dat medeverdachte [medeverdachte] verantwoordelijk is voor de barst in de voorruit van de Opel Combo, maar duidelijk is dat hier geen opzet was om in vereniging een vernieling te plegen. Feit 2 kan wettig en overtuigend worden bewezen, nu bij de insluitingfouillering onder verdachte een boksbeugel is aangetroffen. Ten aanzien van parketnummer 02-144863-21 De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op [slachtoffer 2] te richten. Dat [slachtoffer 2] later per brief heeft laten weten de zaak te willen laten rusten, doet niets af aan haar eerdere aangifte. 4.2 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van parketnummer 02-174732-21 De voltooide diefstal met (bedreiging met) geweld in vereniging heeft de verdachte bekend. Wel kan op basis van de getuigenverklaringen worden vastgesteld dat de medeverdachte een grotere rol heeft gehad in het geheel dan de verdachte. Ten aanzien van parketnummer 02-189519-21 Evenals de officier van justitie heeft de verdediging vrijspraak bepleit ten aanzien van de onder 1 tenlastegelegde openlijke geweldpleging in vereniging omdat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Het onder feit 2 tenlastegelegde (bezit van een boksbeugel) heeft de verdachte bekend. Ten aanzien van parketnummer 02-144863-21 De verdediging is van mening dat verdachte vrijgesproken dient te worden van dit feit. Gelet op het proces-verbaal van bevindingen en de nagezonden brief van [slachtoffer 2] is het de vraag of hetgeen die avond is voorgevallen als bedreiging kan worden gekwalificeerd. Daar komt bij dat verdachte tijdens het tonen van de aansteker uit het raam hing, het donker was en op een afstand van 7 à 8 meter van [slachtoffer 2] af stond. [slachtoffer 2] geeft in de brief verder aan dat het goed zou kunnen dat het wapen niet echt was en dat verdachte toch niet echt geschoten zou hebben. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Ten aanzien van parketnummer 02-174732-21 De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal met geweld in vereniging wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft dit feit ter zitting bekend, met uitzondering van de in de tenlastelegging genoemde bedreigende woorden ‘als je je telefoon niet geeft, dan ga ik je poppen’. De verdachte erkent wel dat hij mogelijk woorden van gelijke dreigende aard en strekking richting [slachtoffer 1] heeft geuit. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid en de juistheid van de verklaring van [slachtoffer 1] . De rechtbank acht daarom ook dat deel van de tenlastelegging bewezen. Nu de verdachte een (overwegend) bekennende verklaring heeft afgelegd, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zoals opgenomen in bijlage II van dit vonnis. Ten aanzien van parketnummer 02-189519-21 Feit 1 vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. Feit 2 bewezenverklaring zonder nadere motivering Nu de verdachte dit feit heeft bekend en er nadien geen vrijspraak is bepleit of gevorderd, zal dit feit zonder verdere bespreking wettig en overtuigend bewezen worden verklaard en zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zoals opgenomen in bijlage II van dit vonnis. Ten aanzien van parketnummer 02-144863-21 [slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan van bedreiging door verdachte. Zij is op 21 maart 2021 naar zijn woning gegaan, heeft bij de woning aangebeld en is buiten blijven wachten. Verdachte wilde dat [slachtoffer 2] weg zou gaan en heeft dit ook via zijn slaapkamerraam al schreeuwend aan haar kenbaar gemaakt. Uit de door verdachte ter zitting afgelegde verklaring blijkt dat verdachte op een gegeven moment een op een vuurwapen gelijkend voorwerp – te weten een aansteker – heeft gepakt, die aansteker vanuit zijn slaapkamerraam aan [slachtoffer 2] heeft getoond en haar daarbij op een bedreigende wijze gesommeerd heeft om bij zijn woning weg te gaan. [slachtoffer 2] was er op dat moment niet van op de hoogte dat het geen echt vuurwapen betrof. De rechtbank heeft gelet op het voorgaande geen reden om te twijfelen aan de aangifte en acht ook bewezen dat verdachte de aansteker op [slachtoffer 2] heeft gericht. Gelet op deze feiten en omstandigheden heeft verdachte met zijn gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 2] zich bedreigd zou voelen. Bij [slachtoffer 2] kon de redelijke vrees ontstaan dat door verdachte een misdrijf zou worden gepleegd dat tegen haar leven gericht is. In haar aangifte verklaart [slachtoffer 2] dat ze schrok van hetgeen verdachte deed en dat zij zich bedreigd voelde. Dat [slachtoffer 2] de aangifte vervolgens naderhand heeft willen intrekken, omdat zij de zaak wilde laten rusten, doet hier niets aan af; de bedreiging had zich immers al voltrokken. Gelet hierop wordt het verweer van de raadsman verworpen en acht de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 02-174732-21 op 1 juli 2021 te Vogelwaarde, op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander, een mobiele telefoon die geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door op zeer korte afstand tegen die [slachtoffer 1] aan te gaan staan en tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "Als je je telefoon niet geeft, dan ga ik je poppen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en (daarbij) zijn, verdachtes, hand bij zijn broeksband te houden (alsof hij daar een vuurwapen had zitten) en de telefoon uit de hand van die [slachtoffer 1] te trekken en die [slachtoffer 1] (meermalen) tegen de benen te trappen/schoppen en tegen de neus, te slaan/stompen; 02-189519-21, feit 2 op 9 januari 2021 te Terneuzen, een wapen, van categorie I, onder 3° (te weten een boksbeugel), voorhanden heeft gehad en heeft gedragen; 02-144863-21 op 21 maart 2021 te Terneuzen [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een, op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen aan voornoemde [slachtoffer 2] en (vervolgens) voornoemd, op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] te richten. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 13 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De bijzondere voorwaarden dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft betoogd dat het van belang is dat verdachte aansluitend aan een eventuele gevangenisstraf wordt opgenomen in een zorginstelling, om zo te werken aan zijn alcohol- en drugsproblematiek. Hier moet bij de strafoplegging dan ook de nadruk op liggen. Verdachte realiseert zich dat hij fout heeft gehandeld en heeft zich bereid verklaard zijn medewerking te verlenen aan de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft in totaal drie strafbare feiten gepleegd. Allereerst heeft verdachte zich op 1 juli 2021 samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Verdachte is de confrontatie met het slachtoffer [slachtoffer 1] aangegaan, met het doel om hem te dwingen tot afgifte van zijn telefoon. Verdachte heeft het slachtoffer hierbij bedreigd en getrapt. Het slachtoffer heeft door het handelen van verdachte letsel opgelopen. Het is zorgelijk dat verdachte zonder enige aanleiding – onder invloed van alcohol en drugs – de confrontatie met het slachtoffer is aangegaan en daarbij het gebruik van geweld niet heeft geschuwd. Verdachte heeft hem hierdoor angst aangejaagd en zonder enig respect voor de eigendommen en de lichamelijke integriteit van het slachtoffer gehandeld. Uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij komt naar voren dat het incident voor het slachtoffer een traumatische ervaring is geweest die in grote mate invloed heeft gehad en tot aan de dag van vandaag nog steeds invloed heeft op zijn leven. Hier heeft verdachte in het geheel niet bij stilgestaan. Verdachte heeft zich daarnaast op 21 maart 2021 schuldig gemaakt aan bedreiging van het slachtoffer [slachtoffer 2] door een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op haar te richten. Het was voor haar op dat moment niet duidelijk dat het geen echt vuurwapen was, waardoor bij haar de vrees is ontstaan dat er ook daadwerkelijk geschoten kon worden. Dit moet voor het slachtoffer een angstige situatie zijn geweest. Verder had verdachte toen hij werd aangehouden op 9 januari 2021 een boksbeugel bij zich. Het handelen van verdachte heeft in zijn algemeen bijgedragen aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, niet alleen door het plegen van de bedreiging en het geweldsdelict, maar ook door het bezit van een boksbeugel en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Het bezit van dergelijke voorwerpen verhoogt het risico op een geweldsdelict. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van deze voorwerpen. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij al eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, ook voor geweldsdelicten. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verdachte in twee proeftijden liep ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. Die veroordelingen hebben kennelijk onvoldoende afschrikkende werking gehad en hebben er niet toe geleid dat verdachte gestopt is met het plegen van strafbare feiten. De rechtbank heeft kennis genomen van de reclasseringsrapportage van 6 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.