RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 19/5170 WIA uitspraak van 11 februari 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoeker] , te [plaatsnaam] , verzoeker, gemachtigde: mr. J.P. Schildkamp, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 augustus 2019 (bestreden besluit) van het UWV inzake de toekenning van een Werkhervattingsuitkering Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA-uitkering) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij tussenuitspraak van 15 oktober 2020 heeft de rechtbank overwogen dat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt wegens een motiveringsgebrek. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen. Van die gelegenheid heeft het UWV gebruik gemaakt. Bij besluit van 18 november 2020 heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Het bezwaar is alsnog gegrond verklaard en aan eiser is per 1 april 2019 een IVA-uitkering toegekend. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft op 4 januari 2021 gereageerd. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.