← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2021:6174

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/381341 / JE RK 21-87 Datum uitspraak: 11 november 2021 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING, locatie Eindhoven, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling, betreffende [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige], [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 2]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [moeder], hierna te noemen: de moeder, voorheen wonende te [woonplaats], nu op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J. van der Stel, te Schiedam, Als informant in deze procedure werd aangemerkt: [(stief)vader], hierna te noemen: de (stief)vader, wonende te Bergen op Zoom. Het procesverloop Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van de kinderrechter van 23 februari 2021 en alle daarin genoemde en vermelde stukken; - de e-mail van de GI van 8 september 2021; - de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 7 september

  1. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de moeder. [minderjarige] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder. Bij beschikking van 13 september 2019 zijn [minderjarige] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld. Deze beschikking is bij beschikking van 29 januari 2020 door het gerechtshof ’s-Gravenhage bekrachtigd. Bij beschikking van 5 maart 2020 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, dan wel accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 5 maart 2020 en tot 13 maart 2020, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. Op 12 maart 2020 is de uithuisplaatsing verder afgewezen. Bij beschikking van de kinderrechter van 12 maart 2020 is wederom een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpbaanbieder verleend met ingang van 12 maart 2020 en tot 19 maart
  2. Deze machtiging is daar naar steeds verlengd tot 20 oktober
  3. Het resterende deel van het verzoek is toen afgewezen. Bij beschikking van 11 februari 2021 is het verzoek om [minderjarige] en [minderjarige 2] zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden met spoed uit huis te plaatsen afgewezen en verwezen naar de mondelinge behandeling van 12 februari
  4. Bij beschikking van 12 februari 2021 is (onder meer) het verzoek om [minderjarige] en [minderjarige 2] uit huis te plaatsen, afgewezen. Bij beschikking van 23 februari 2021 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en [minderjarige 2] laatstelijk verlengd met ingang van 13 maart 2021 en tot 13 september
  5. Het verzoek De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en [minderjarige 2] te verlengen met een jaar, met uitvoerbaar verklaring bij voorraad. Dat verzoek is deels toegewezen, tot 13 september
  6. Thans ter beoordeling ligt nog voor de periode met ingang van 13 september 2021 en tot 13 maart
  7. De verdere beoordeling De GI heeft bij e-mailbericht van 8 september 2021 het resterend verzoek om de ondertoezichtstelling te verlengen, ingetrokken. De moeder is verhuisd naar Rotterdam en de GI heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing ingediend. De kinderrechter van deze rechtbank heeft ambtshalve kennisgenomen van de beschikking van de rechtbank Rotterdam waaruit blijkt dat deze op 7 september 2021 heeft beslist dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en [minderjarige 2] wordt verlengd tot 13 september 2022 en tevens heeft beslist dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige] wordt verlengd tot 13 maart
  8. Hoewel de rechtbank Rotterdam in die procedure bevoegd was om kennis te nemen van de nieuwe verzoeken van de GI gezien de woonplaats van de moeder, diende de kinderrechter van deze rechtbank in onderhavige procedure – waarin zij nog steeds bevoegd was aangezien op het moment van indienen van het oorspronkelijke verzoek de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, op basis van de toenmalige woonplaats van de moeder bevoegd was – nog te beslissen op het resterende deel van het verzoek tot ondertoezichtstelling. Blijkbaar heeft de GI de rechtbank te Rotterdam niet op de hoogte gesteld van het feit dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant nog op een deel van het verzoek tot ondertoezichtstelling diende te beslissen. Door zo te handelen heeft ten aanzien van twee dezelfde kinderen tegelijkertijd bij twee verschillende rechtbanken, die allebei van oordeel waren bevoegd te zijn, een procedure ter zake van een ondertoezichtstelling voorgelegen. Dit is een zeer onwenselijke situatie. De kinderrechter betreurt de gang van zaken dan ook. Dit neemt niet weg dat de GI haar verzoek in onderhavige procedure heeft ingetrokken, waardoor de kinderrechter vaststelt dat deze nu geen inhoudelijke beoordeling en beslissing meer behoeft. Het resterende deel van het verzoek zal derhalve worden afgewezen. De kinderrechter beslist als volgt. De beslissing De kinderrechter: wijst het resterende deel van het verzoek strekkende tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige], af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. van Triest, kinderrechter, in tegenwoordigheid van F. Casant, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 november
  9. (FC) Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.