← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2021:6570

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/2597 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2021 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [naam woonplaats] , eiseres (gemachtigde: [naam gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 7 mei 2021 (het bestreden besluit) inzake de verlenging van jeugdzorg beroep ingesteld. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 49,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Eiseres heeft om vrijstelling van het griffierecht in verband met betalingsonmacht verzocht. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 18 juni 2021 verzocht om gegevens over haar inkomen en vermogen in te dienen. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. Nu eiseres niet heeft gereageerd, heeft de rechtbank het verzoek om vrijstelling van het griffierecht bij brief van 28 juli 2021 afgewezen. Vervolgens heeft de griffier eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 28 augustus 2021 eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief. De enveloppe waarin deze aangetekende brief is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen. Bij brief van 28 september 2021 is de brief van 28 augustus 2021 nogmaals verstuurd, nu per gewone post en met een laatste termijn voor voldoening van het griffierecht van twee weken na die dagtekening. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig , rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 21 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.