RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummers BRE 20/8851 tot en met 20/8853 uitspraak van 23 december 2021 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. De bestreden uitspraken op bezwaar De uitspraken van de inspecteur van 27 augustus 2020 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde: navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (VPB) voor het jaar 2015 naar een belastbaar bedrag van € 4.550 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente van € 226 (aanslagnummer [aanslagnummer]V.57); navorderingsaanslag VPB voor het jaar 2016 naar een belastbaar bedrag van € 98.348 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente van € 3.885 (aanslagnummer [aanslagnummer]V.67); aanslag VPB voor het jaar 2017 naar een belastbaar bedrag van € 139.151 en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente van € 3.450 (aanslagnummer [aanslagnummer]V.76). Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2021 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende [gemachtigde] , verbonden aan [gemachtigde] te [gemachtigde] , en namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] . Van de zitting is een verslag (‘proces-verbaal’) gemaakt, waarvan een kopie bij brief van 19 oktober 2021 aan partijen is gestuurd. Na de zitting heeft de inspecteur nog een brief ingestuurd in verband met een door belanghebbende ter zitting gedaan aanbod (zie 2.6). Belanghebbende is bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. In die brief is ook opgemerkt dat een nadere zitting achterwege blijft, tenzij belanghebbende meldt een nadere zitting te wensen. Volgens gegevens van PostNL is de brief door belanghebbende op 23 november 2021 afgehaald bij een PostNL-punt. Op de brief is geen reactie gekomen. Een nadere zitting is aldus met toepassing van artikel 8:64 van de Awb achterwege gebleven. 1Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep betreffende de navorderingsaanslag VPB 2015 ongegrond; verklaart de beroepen betreffende de navorderingsaanslag VPB 2016 en de aanslag VPB 2017 gegrond; vernietigt de uitspraken op bezwaar betreffende de navorderingsaanslag VPB 2016 en de aanslag VPB 2017; vermindert de navorderingsaanslag VPB 2016 tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 18.460; vermindert de aanslag VPB 2017 tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 3.719; vermindert de bij de navorderingsaanslag VPB 2016 en de aanslag VPB 2017 opgelegde beschikkingen belastingrente dienovereenkomstig; - veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 2.026; - gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 354 aan deze vergoedt. 2Gronden Feiten 2.1. Belanghebbende verricht activiteiten die onder andere bestaan uit technische dienstverlening en aanneming van constructiewerken. 2.2. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld onder andere naar de aanvaardbaarheid van de ingediende aangiften VPB 2015 en 2016. Het onderzoek is vervolgens uitgebreid naar de aangifte VPB 2017. De uitkomsten van het onderzoek zijn neergelegd in een controlerapport. Volgens het controlerapport dient de winst gecorrigeerd te worden. De controleberekening onder 6.1.3. uit het controlerapport vermeldt het volgende. Voor de aanleiding tot en uitwerking van de correcties verwijst de rechtbank naar de betreffende punten uit het rapport boekenonderzoek. 2017 2016 2015 Belastbaar winst aangifte -/- € 105 € 1.209 € 467 Correctie 4.2.1. €7.461 € 3.731 Correctie 4.2.2. € 127.971 Correctie 4.2.[3] € 76.157 Correctie 4.3.1. € 3.824 € 17.251 € 4.695 Correctie 4.3.2. - minder winst € - 13.801 - minder kosten € 11.406 - voorbelasting ob € 2.395 Gecorrigeerd belastbaar winst € 139.151 € 98.348 € 5.162 2.3. Omdat de inspecteur eerder aanslagen VPB voor de jaren 2015 en 2016 had opgelegd conform de aangifte, heeft de inspecteur navorderingsaanslagen VPB over de jaren 2015 en 2016 opgelegd conform het controlerapport. De navorderingsaanslag over het jaar 2015 is opgelegd naar een belastbaar bedrag van € 4.550, omdat rekening is gehouden met verrekening van een verlies uit het jaar 2014 van € 612. Voor het jaar 2017 heeft de inspecteur een aanslag VPB opgelegd conform het controlerapport. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de (navorderings-)aanslag(en). De inspecteur heeft de bezwaren ongegrond verklaard. Geschil 2.4. In geschil waren de antwoorden op de volgende vragen: Zijn de navorderingsaanslagen VPB 2015 en 2016 terecht en naar het juiste bedrag opgelegd? Is de aanslag VPB 2017 naar het juiste bedrag opgelegd? Correcties 4.2.1. t/m 4.2.3. 2.5. Ter zitting heeft de inspecteur verklaard dat de correcties 4.2.1. tot en met 4.2.3. kunnen komen te vervallen. Daarbij heeft de inspecteur een expliciet voorbehoud gemaakt voor de gevolgen in de inkomstenbelasting. Correctie 4.3.1. 2.6. Deze correctie betreft het niet-aanmerking nemen van het negatieve resultaat van een tuinderij die wordt geëxploiteerd door de partner van belanghebbende. Belanghebbende heeft ter zitting het voorstel gedaan om enerzijds (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.