← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2021:6894

aantekening mondeling vonnis RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Locatie Breda Parketnummer: 02-255780-20 Volgnummer: 6 Uitspraak van de politierechter, R.J.H. de Brouwer, van maandag 26 april 2021, in de zaak tegen verdachte [Verdachte] , geboren op [Geboortedag] 1977 te [Geboorteplaats] adres [Adres] thans gedetineerd te P.I. Nieuwegein, Postbus 1328, 3430 BH Nieuwegein UAH Tegenspraak (art. 279 Sv) KWALIFICATIE: T.a.v. feit 1, feit 2: diefstal T.a.v. feit 3: mishandeling GEPLEEGD: T.a.v. feit l, feit 2: 12 oktober 2020 T.a.v. feit 3: 9 oktober 2020 TOEGEPASTE ARTIKELEN: 36f, 57, 63, 300, 310 Wetboek van Strafrecht BESLISSING: T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3: Een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht t.a.v. feit 2: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [Benadeelde partij 1] Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [Benadeelde partij 1] , van een bedrag van 40,00 euro, bestaande uit materiële schade. De materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de proceskosten die de be11adeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; Schadevergoedingsmaatregel Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [Benadeelde partij 1] , van een bedrag van 40,00 euro, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 1 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. De materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade. t.a.v. feit 3: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [Benadeelde partij 2] Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [Benadeelde partij 2] , van een bedrag van 3.876,02 euro, bestaande uit 1.376,02 euro materiële schade en 2.500,00 euro immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 09 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op 622,00, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken; Schadevergoedingsmaatregel Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [Benadeelde partij 2] , van een bedrag van 3.876,02 euro, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van ma.ximaal 48 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit 1.376,02 euro materiële schade en 2.500,00 euro immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 09 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade. De politierechter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.