RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/4655 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 16 september 2021 (het bestreden besluit) inzake de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Vast staat dat verweerder het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 16 september 2021 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 28 oktober 2021. Eiser heeft op 30 oktober 2021 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend. Eiser heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Hij slaapt erg slecht en kort. Verder heeft eiser last van een erg schommelende bloedsuikerspiegel (diabetes type 1), ontstekingen en andere chronische klachten waardoor zijn leven momenteel erg vermoeiend is. Eiser is erg moe en het kost hem momenteel veel moeite om alles op papier te zetten. Hij zag pas 29 oktober 2021 in de avond dat hij ook online een beroepschrift in kon dienen. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim. De rechtbank begrijpt uit hetgeen eiser stelt dat zijn gezondheidssituatie hem beperkt. Niet gebleken is echter dat dit eraan in de weg stond om beroep in te stellen, zodat eiser dit ook tijdig, op enig moment gedurende de beroepstermijn van zes weken, had kunnen doen, zo nodig op nader aan te voeren gronden. Tevens had eiser iemand kunnen vragen dit voor hem te doen of zo nodig rechtskundige bijstand kunnen zoeken. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 18 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.