onder 2),‘performance tests’ moet uitvoeren en [X] op de hoogte moet stellen van de uitkomsten (
onder 6), dat belanghebbende op door [X] geregelde teamlocaties moet verschijnen (
), dat de wedstrijden die hij voor [X] moet rijden altijd voorrang hebben boven zelf uitgezochte wedstrijden (
, onder 1), dat hij in het kader van sponsor- en promotieactiviteiten zelf bepaalde zaken moet doen dan wel moet nalaten en voor de nodige eigen initiatieven goedkeuring van [X] nodig heeft (zie sponsorovereenkomst §2 onder “Return service of the cyclist’) en dat hij – al dan niet op initiatief van [X] – diverse testen moet ondergaan waarvan hij de testresultaten op moet sturen naar [X] (
Gelet op de inhoud van de contracten is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een gezagsverhouding. Immers kon [X] in het kader van de sportieve prestaties de nodige instructies geven en ontving [X] veel informatie over de (trainings)prestaties van belanghebbende zodat [X] inzicht had in de fysieke gesteldheid van belanghebbende. Aanvullend diende belanghebbende zich te houden aan de verschillende voorschriften die volgen uit de sponsorovereenkomst. Niet gesteld of gebleken is dat de afspraken uit de contracten niet zijn uitgevoerd. Dat belanghebbende aanvoert dat hij veel zaken zelf moest regelen, maakt dat niet anders. De rechtbank acht die omstandigheid niet voldoende zwaarwegend om te oordelen dat geen sprake is van een gezagsverhouding. Belanghebbende heeft veel vrijheid bij de indeling van zijn trainingsschema, het bepalen van zijn voedingspatroon en het kiezen van medische en mentale begeleiding. Aan de hand van de contractuele verplichtingen moest belanghebbende zich daarbij desalniettemin steeds houden aan de voorschriften van [X] , en kon [X] daar (enige mate van) controle op uitoefenen doordat zij op de hoogte werden gehouden van verschillende testresultaten. Ook als de bijkomende argumenten van belanghebbende worden meegewogen komt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Deze argumenten zijn dat het eenzijdig opzeggen van de overeenkomsten en het feit dat er twee contracten zijn gesloten bij een echte dienstbetrekking ongebruikelijk is. Tegenover de andere elementen van de overeenkomsten acht de rechtbank de argumenten van belanghebbende niet voldoende om te oordelen dat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Voor dat geval is tussen partijen niet in geschil dat de aanslag tot de juiste hoogte is vastgesteld. 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.