RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/393497 FA RK 22-71 beschikking betreffende voorlopige voorzieningen in de zaak van [vrouw] , wonende te [X] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. C.F.A. Cadot, en [man] , wonende te [XX] , hierna te noemen de man, advocaat mr. W.H.P. de Jongh.
- Het procesverloop 1.
- Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 6 januari 2022 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - het op 28 januari 2022 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen; - de brieven van mr. Cadot van 19 januari 2022 en 25 januari 2022 met bijlagen. 1.
- De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 1 februari
- Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de advocaat van de man. De man was zelf, vanwege ziekte, niet aanwezig. 2De verzoeken De vrouw verzoekt, samengevat, - toevertrouwing van de minderjarigen aan haar; - vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 150,= per maand per kind. De man verzoekt, samengevat, vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, waarbij de kinderen eens per week, afwisselend op zaterdag en zondag, van 11:00 uur tot 17:00 uur bij hem verblijven en de vrouw de kinderen brengt en haalt, buiten aanwezigheid van haar huidige partner. 3De beoordeling De toevertrouwing van de minderjarigen 3.
- Het verzoek betreffende de toevertrouwing van de minderjarigen aan de vrouw ligt als op de wet gegrond en niet weersproken voor toewijzing gereed. De verdeling van de zorg- en opvoedingstaken 3.
- Ter zitting is gebleken dat er op dit moment geen contact is tussen de man en de kinderen. De rechtbank heeft hierover haar zorgen geuit en aangegeven dat het in het belang van de nog jonge kinderen is dat er frequent contact is tussen de kinderen en hun vader. Afgesproken is dat het contact spoedig weer wordt opgestart, met de bedoeling dat wordt toegewerkt naar een regeling waarbij de kinderen eens per week op zaterdag of op zondag van 11:00 uur tot 17:00 uur bij de man verblijven. Partijen zullen deze contactregeling opbouwen, ermee beginnend dat de kinderen eenmaal per week enkele uren bij de man zijn, mede gezien de huidige gezondheidssituatie van de man, en met hulp van opa en oma (vaderszijde), zoals ter zitting is besproken. De vrouw heeft aangegeven dat opa en oma bereid zijn deze hulp te bieden. 3.
- Partijen zijn eerder overeengekomen dat de vrouw het halen en brengen van de kinderen voor haar rekening neemt, nu zij van [XXX] naar [X] is verhuisd. De man wil deze afspraak handhaven. De vrouw wil dat partijen het halen en brengen delen. De rechtbank zal in deze procedure, die slechts beoogt een tijdelijke ordemaatregel te treffen, het verzoek van de man toewijzen, gezien de eerdere afspraak tussen partijen. Kinderalimentatie 3.
- Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de man een bedrag aan kinderalimentatie van € 150,= per maand per kind aan de vrouw zal voldoen. De rechtbank zal de ingangsdatum hiervan bepalen op de datum van deze beschikking. 4De beslissing De rechtbank bepaalt dat aan de vrouw worden toevertrouwd de minderjarigen
- [minderjarige1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2014,
- [minderjarige2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum2] 2017; bepaalt dat de man en genoemde minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per week, op zaterdag of op zondag, met inachtneming van rechtsoverweging 3.2, waarbij de vrouw de kinderen brengt en haalt bij de man, buiten aanwezigheid van haar huidige partner; bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor de verzorging en opvoeding van de minderjarigen met ingang van de datum van deze beschikking wordt vastgesteld op € 150,= (honderdvijftig euro) per maand per kind, aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen; weigert het meer of anders verzochte, Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom en, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op cvdv