← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:1999

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/442 WSFBSF uitspraak van de meervoudige kamer van 13 april 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser gemachtigde: mr. G. Gabrelian, en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) verweerder. Procesverloop In het besluit van 14 oktober 2020 (primair besluit) heeft DUO de aanvraag van eiser voor een aanvullende beurs en reisvoorziening voor de periode januari t/m december 2021 afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. In het besluit van 14 december 2020 (bestreden besluit) heeft DUO het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. DUO heeft een verweerschrift ingediend. Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Op 10 maart 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb is bepaald dat het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en ten minste de gronden van het bezwaar of beroep bevat. In artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb is bepaald dat het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
  2. Bij het bestreden besluit heeft DUO het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet is gemotiveerd.
  3. De rechtbank stelt vast dat eiser bij de indiening van het bezwaarschrift expliciet heeft verzocht om hem een termijn te gunnen voor het formuleren van de bezwaargronden. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser een dergelijke termijn niet is gegund. Eiser heeft geen gelegenheid gehad zijn verzuim te herstellen. Dat betekent dat DUO het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
  4. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet DUO aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank veroordeelt DUO in de door eiser gemaakte proceskosten. De proceskosten worden berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. DUO wordt veroordeeld om de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 759,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 759,00 en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt DUO op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; draagt DUO op het betaalde griffierecht van € 49,00 aan eiser te vergoeden; veroordeelt DUO in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 759,
  5. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzitter, en mr. A.G.J.M. de Weert en mr. J.E.C. Vriends, leden, in aanwezigheid van mr. E.A. Vermunt, griffier, op 13 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.