← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:2023

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/445 WSFBSF uitspraak van de meervoudige kamer van 13 april 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser gemachtigde: mr. G. Gabrelian, en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), verweerder. Procesverloop In het besluit van 18 september 2020 (primair besluit) heeft DUO de aanvraag van eiser voor studiefinanciering voor de periode augustus tot en met december 2020 afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. In het besluit van 14 december 2020 (bestreden besluit) heeft DUO het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Bij besluit van 28 februari 2022 heeft DUO eiser alsnog studiefinanciering toegekend voor de periode augustus tot en met december

  1. Het beroep is, gelijktijdig met de beroepszaken geregistreerd onder de nummers BRE 21/522 WSFBSF en BRE 21/458 WSFBSF besproken op de zitting van de rechtbank op 10 maart
  2. Hierbij was eisers gemachtigde aanwezig. Namens DUO heeft drs. P.M.S. Slagter via een videoverbinding deelgenomen aan de zitting. Overwegingen
  3. Ter zitting heeft eiser het beroep ingetrokken omdat met het besluit van 28 februari 2022 DUO alsnog studiefinanciering is toegekend voor de periode augustus tot en met december
  4. Hiermee is tegemoet gekomen aan eisers bezwaren. Eiser heeft verzocht om DUO te veroordelen in de gemaakte proceskosten.
  5. De rechtbank ziet aanleiding DUO te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. De proceskosten worden berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. DUO wordt veroordeeld om de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 2.059,00 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van € 541,00, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 759, en een wegingsfactor 1).
  6. De rechtbank overweegt ten overvloede dat DUO op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 49,00 aan eiser dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is. Beslissing De rechtbank: draagt DUO op het betaalde griffierecht van € 49,00 aan eiser te vergoeden; veroordeelt DUO in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.059,
  7. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzitter, en mr. A.G.J.M. de Weert en mr. J.E.C. Vriends, leden, in aanwezigheid van mr. E.A. Vermunt, griffier, op 13 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.