RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/143674-21 vonnis van de meervoudige kamer van 19 april 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Sittard, Op de Geer 1, 6135 KN Sittard raadsman: mr. I. Azarkan, advocaat te Roosendaal. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 april 2022, waarbij de officier van justitie, mr. M.S. Kikkert, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat feit 1: samen met anderen 164 liter amfetamine(olie) heeft geproduceerd dan wel aanwezig heeft gehad; feit 2: samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft getroffen voor de productie van amfetamine(olie); feit 3: samen met anderen een of twee jammers heeft gebruikt dan wel voorhanden heeft gehad. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de drie tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Verdachte is gevlucht toen er op 1 juni 2021 in een loods in Werkendam een in werking zijnde amfetaminelaboratorium werd aangetroffen met goederen om meer amfetamine te produceren. De officier van justitie gaat er vanuit dat verdachte betrokken was bij het lab en niet slechts omdat hij die dag zou gaan starten met produceren, zoals hij pas ter zitting heeft gesteld. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank alleen tot een bewezenverklaring kan komen van feit 2. Er is geen bewijs dat verdachte de reeds aanwezige 164 liter amfetamine(olie) heeft geproduceerd (feit 1) aangezien hij pas kort voor de inval in de loods aanwezig was. Ook kan verdachte niet in verband worden gebracht met de twee jammers (feit 3) zodat hij hiervan dient te worden vrijgesproken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Aanleiding Naar aanleiding van een melding van een verstoring aan het KPN-netwerk, is de politie op 1 juni 2021 in een loods in Werkendam binnengetreden. Er werd een werkend amfetaminelab aangetroffen; de ketels waren nog warm Van vloeistoffen in verschillende ketels en vaten zijn monsters genomen waarin amfetamine bleek te zitten. Door de Landelijke Faciliteit Ontmanteling (LFO) is vastgesteld dat er circa 164 liter amfetamineolie is aangetroffen. De rechtbank heeft vastgesteld dat in de verschillende monsters van de bij elkaar minstens 445 liter vloeistof, amfetamine is aangetroffen. Daarnaast zijn er verschillende chemicaliën en opstellingen gevonden die bij de productie van amfetamine worden gebruikt, waaronder 40 liter Benzylmethylketon (BMK). Ook is in de loods een auto gevonden met hierin twee jammers, waarvan er een al sinds middernacht aanstond en het netwerk verstoorde. Verdachte is nabij de loods aangehouden nadat hij uit de loods was weggerend, en zich had verstopt tezamen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Zijn DNA is gevonden op een volgelaatsmasker en handschoen die in de loods zijn aangetroffen. Verklaring verdachte ten aanzien van zijn aanwezigheid in het lab Verdachte heeft eerst ter zitting verklaard dat hij die dag voornemens was om werkzaamheden te verrichten in het lab, maar dat hij hier nog niet aan was toegekomen toen de politie binnenviel. Verdachte stelt dat hij er die dag voor het eerst was en pas circa anderhalf uur en dat hij alvast een masker had opgezet en handschoenen had aangetrokken terwijl hij nog niet kon beginnen met zijn werkzaamheden voor het lab. Beoordeling geloofwaardigheid verklaring De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring van verdachte volstrekt ongeloofwaardig is. Weliswaar is uit camerabeelden gebleken dat verdachte op 1 juni 2021 eerst om 10.21 uur arriveerde bij de loods, maar de rechtbank gaat er vanuit dat verdachte al vaker in de loods is geweest gelet op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] die hem twee of drie keer eerder heeft gezien. Op de in de loods gevonden desktop is in maart 2021 bovendien ingelogd met het emailadres van verdachte. Dat verdachte al eerder een masker zou opzetten en handschoenen zou aandoen terwijl hij nog niets kon doen in het lab, acht de rechtbank onaannemelijk. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte betrokken was bij het werkende amfetaminelab op 1 juni 2021 in Werkendam. Conclusie t.a.v. feit 1 Nu niet kan worden vastgesteld dat de aangetroffen (minstens) 164 liter amfetamine ook daadwerkelijk op de tenlastegelegde datum van 1 juni 2021 door verdachte is geproduceerd, spreekt de rechtbank hem vrij van het bereiden van deze hoeveelheid amfetamine. Er zijn immers ook aanwijzingen dat er meerdere mensen betrokken waren bij de productie van de deze amfetamine. Dat verdachte deze hoeveelheid amfetamine op 1 juni 2021 aanwezig heeft gehad, kan op basis van de bewijsmiddelen wél wettig en overtuigend worden bewezen. Conclusie t.a.v. feit 2 De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen het tenlastegelegde onder feit 2 en gelet op de nog aanwezige chemicaliën en productieopstellingen en de warme ketels in de loods kan eveneens wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine heeft verricht. Medeplegen feiten 1, 2 Ten aanzien van feit 1 en 2 stelt de rechtbank vast dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uit de loods is gevlucht toen de politie de loods binnenviel en dat zij zich daarna ook samen hebben verstopt tot het moment dat zij werden aangehouden. Ten laste van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is door de rechtbank bij vonnissen van heden het medeplegen van dezelfde feiten bewezenverklaard. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft daarnaast verklaard dat hij verdachte al eerder in de loods had gezien, zodat moet worden aangenomen dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de drie mannen in de loods. Vrijspraak t.a.v. feit 3 Hoewel de rechtbank ervan uit gaat dat verdachte aanwezig was in de loods toen een jammer in de auto van medeverdachte [medeverdachte 1] in werking was en de andere jammer in de kofferbak lag, zal zij verdachte vrij spreken van feit 3. De jammer stond immers al sinds middernacht aan en verdachte arriveerde volgens de camerabeelden pas om 10.21 uur bij de loods. Verdachte heeft dit feit ontkend en er zijn geen bewijsmiddelen die wijzen op directe betrokkenheid van verdachte bij de jammers of die verdachte bij de auto van medeverdachte [medeverdachte 1] plaatsen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1 op 1 juni 2021 te Werkendam, gemeente Altena, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 164 liter amfetamineolie, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 2op 1 juni 2021 te Werkendam, gemeente Altena, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van één of meer hoeveelhe(i)d(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.