RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/820 BBZ uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 22 december 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Vast staat dat verweerder het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 22 december 2021 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 2 februari
- Eiser heeft het beroepschrift bij de rechtbank afgegeven op 8 februari
- Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend. Eiser heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Vanwege ziekte (Covid-19) heeft hij het beroep wat later ingediend. Daarnaast was er een persoon met Covid-19 binnen zijn contacten waardoor hij langdurig thuis heeft gezeten en er voor hem geen mogelijkheid bestond dit tijdig in te leveren. Hij is beperkt omdat hij financieel afhankelijk is van een bijstandsuitkering en niet in het bezit is van een rijbewijs. Hij heeft dus niet de mogelijkheid gehad om eerder het beroepschrift af te geven op de rechtbank. Dat is geen verontschuldiging voor dit verzuim. Eiser had ondanks zijn ziekte (Covid-19) tijdig beroep kunnen instellen, zo nodig op nader aan te voeren gronden. Hij had immers zelf tijdig digitaal beroep in kunnen stellen of iemand uit zijn omgeving kunnen vragen het beroepschrift tijdig digitaal in te dienen, per post op te sturen of bij de rechtbank af te geven. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 4 mei 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.