RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/5144 ONBEKEND uitspraak van 3 mei 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser, gemachtigde: mr. E.J.C. Assenbergs, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder. Procesverloop Het college heeft eiser bij brief van 12 november 2021 laten weten dat de gemeente Tilburg de email van 30 augustus 2021 nooit heeft ontvangen, dat op 18 september 2021 reeds alle gevraagde brieven zijn toegezonden aan eiser en dat het college geen dwangsom verschuldigd is. Eiser heeft op 19 november 2021 beroep ingesteld. De rechtbank heeft met toepassing gegeven van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een behandeling ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen Feiten Het college heeft bij besluit van 31 oktober 2005 de aan eiser verstrekte bijstand in de periode van 1 november 2000 tot 1 september 2005 teruggevorderd. De rechtbank begrijpt uit het dossier dat het college en eiser al enige tijd met elkaar in discussie zijn over de vraag of deze terugvordering is verjaard. In een email van 9 augustus 2020 vraagt eiser om een kopie van alle stukken met betrekking tot de betaling die hij maandelijks aan het college voldoet. Op 18 september 2020 stuurt het college stukken op aan eiser. In de begeleidende brief stelt het college dat dit alle stukken zijn met betrekking tot de betaling die eiser maandelijks doet ter aflossing van de schuld. Op 30 augustus 2021 vraagt eiser per email aan het college om kopieën van de stuitingsbrieven over te leggen compleet met verzend- en ontvangstbewijzen. Hij beroept zich ‘zo nodig’ op artikel 12 en 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Bij email van 7 november 2021 wijst eiser het college er op dat hij geen antwoord heeft gehad op de email van 30 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.