← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:3105

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/1852 ZW uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser gemachtigde: mr. J.L.A.M. van Os, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (kantoor Eindhoven), verweerder. Procesverloop In het besluit van 19 november 2020 (primair besluit) heeft het UWV de uitkering van eiser ingevolge de Ziektewet (ZW) beëindigd met ingang van 24 november

  1. In het besluit van 19 maart 2021 (bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het UWV heeft een verweerschrift ingediend. Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 19 mei
  2. Hierbij was aanwezig namens het UWV, mr. P.M.W. van der Helm. Eiser en zijn gemachtigde zijn, na voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank
  3. Eiser is laatstelijk werkzaam geweest als taxichauffeur. Het UWV heeft hem bij besluit van 14 maart 2019 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet toegekend per 1 maart
  4. Vanuit die situatie heeft eiser zich ziek gemeld met ingang van 20 februari 2020 vanwege voornamelijk psychische klachten. Bij besluit van 21 mei 2020 is aan eiser vanaf 21 mei 2020 een ZW-uitkering toegekend. In het primaire besluit heeft het UWV de ZW-uitkering van eiser beëindigd met ingang van 24 november
  5. In het bestreden besluit heeft het UWV het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
  6. Het bestreden besluit is gebaseerd op rapporten van een arts onder verantwoordelijkheid van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV. 2.1 Primaire arts [naam primaire arts] heeft onder verantwoordelijkheid van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] eiser gezien op haar spreekuur van 6 november 2020 en het dossier bestudeerd. Zij heeft op 10 november 2020 gerapporteerd dat er lichamelijk ogenschijnlijk geen beperkingen meer aanwezig zijn, maar dat extremen in tillen, dragen, duwen en trekken misschien toch vermeden moeten worden. Om de impact van de vermoedelijke persoonlijkheidsstoornis en andere diagnose/behandelmogelijkheden op de mentale belastbaarheid te kunnen beoordelen is bij de behandelend klinisch psycholoog [naam psycholoog] informatie opgevraagd. Na bestudering van de daarmee verkregen informatie heeft verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] in zijn rapportage van 17 november 2020 geconcludeerd dat eiser een zekere gebruiksaanwijzing heeft waarmee hij zelf ook beter leert te leven. Ten aanzien van het verrichten van arbeid is volgens de verzekeringsarts te stellen dat er voor de beperkte mogelijkheden op mentaal vlak, weergegeven bij de laatste beoordeling, die als basis diende voor de geduide functies, geen essentiële wijziging noodzakelijk is. Concreet is eiser volgens [naam verzekeringsarts] geschikt voor de geduide functies. [naam verzekeringsarts] concludeert dat het ziekteproces dusdanig is verbeterd dat eiser voldoende belastbaar is om weer in de maatgevende arbeid te hervatten. De beperkingen zijn zo verminderd dat er geen medisch objectiveerbare belemmering meer bestaat dat werk te verrichten. 2.2 Verzekeringsarts b&b [naam verzekeringsarts b&b] heeft kennis genomen van het verslag van de elektronische (Teams-)hoorzitting van 1 maart
  7. Verder heeft zij de beschikbare medische gegevens bestudeerd. De verzekeringsarts b&b overweegt in haar rapportage van 12/15 maart 2021 dat zij zich kan vinden in het oordeel van de primaire arts. Zij acht eiser met name geschikt voor de eerder geduide functie van medewerker tuinbouw. 2.3 Eiser heeft aangevoerd dat zijn bezwaargronden onvoldoende zijn weerlegd en dat hij op fysieke en psychische gronden niet in staat is werk te verrichten. Het rapport van de GZ-psycholoog moet volgens eiser zo worden geïnterpreteerd dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid in de meest brede zin van het woord en dat de in het dossier aanwezige gegevens op zijn minst een onafhankelijk onderzoek rechtvaardigen. 2.4 De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapporten van de artsen van het UWV blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiser gestelde klachten, waaronder met name ook zijn mentale problemen. Ten aanzien van de door eiser in beroep overgelegde informatie van GZ-psycholoog [naam psycholoog] en huisarts [naam huisarts] is de rechtbank van oordeel dat de verzekeringsarts b&b in haar rapportage van 20 april 2022 genoegzaam heeft gemotiveerd waarom er geen aanleiding is af te wijken van het eerder ingenomen standpunt. De rechtbank ziet in de beschikbare medische gegevens geen aanleiding om een deskundige te benoemen. De rechtbank is verder van oordeel dat voldoende is gemotiveerd waarom eiser geschikt is “zijn arbeid” te verrichten. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat eiser terecht per 24 november 2020 geschikt is geacht voor in ieder geval de functie van medewerker tuinbouw. Het UWV heeft daarom terecht vastgesteld dat eiser met ingang van deze datum geen recht meer heeft op een ZW-uitkering. Het beroep wordt dan ook ongegrond worden verklaard.
  8. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard krijgt eiser geen proceskosten-vergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van R.V. van Vliet, griffier, op 2 juni 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen. rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.