RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummers BRE 20/10052 en 20/10053 uitspraak van 8 juni 2022 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. De bestreden uitspraken op bezwaar De in een geschrift vervatte uitspraken van de inspecteur van 30 oktober 2020 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem voor het jaar 2017 opgelegde aanslagen: aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.237, (aanslagnummer [aanslagnummer] H.76.01) en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente. aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) naar een bijdrage-inkomen van € 8.932, (aanslagnummer [aanslagnummer] W.76.01.4) en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2022 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, en namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] . Tijdens de zitting bleek dat belanghebbende niet in staat was de rechtbank en de inspecteur te horen. Het was daarom niet mogelijk de zitting mondeling te houden. Ook kon niet worden voldaan aan belanghebbendes verzoek om een digitaal bord te gebruiken tijdens de zitting. Het onderzoek ter zitting is daarop geschorst en partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk toe te lichten. Partijen hebben schriftelijk gereageerd, belanghebbende op 25 maart 2022, 29 maart 2022, 31 maart 2022 en 20 april 2022 en de inspecteur op 25 april 2022. Op 3 mei 2022 heeft de rechtbank aan partijen medegedeeld dat het onderzoek gesloten wordt en uitspraak zal worden gedaan binnen zes weken na de voornoemde datum. 1Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. 2Gronden 2.1. Belanghebbende heeft gedurende het jaar 2017 inkomsten genoten van onder meer [uitgever 1] (hierna: [uitgever 1] )., [uitgever 2] en [uitgever 3] (hierna: de uitgevers). Deze inkomsten hadden betrekking op bezorging van dag- en weekbladen. Op deze inkomsten zijn geen loonheffingen en premies ingehouden. 2.2. Tot de gedingstukken behoort een toelichting op de website van [uitgever 1] ‘ [website] nl’. Hierin staat onder het kopje “Wordt op mijn vergoeding wel of geen belasting ingehouden?” het volgende: “Of op de vergoedingen die je als freelancer ontvangt, loonbelasting en sociale premies worden ingehouden hangt af van de hoogte van jouw totale vergoedingen minus eventueel onbelaste vergoedingen. Deze drempel is 40% van het minimumloon. Haal je deze drempel niet dan moet je deze inkomsten opvoeren in jouw belastingaangifte van het desbetreffende jaar. Als je echter wel meer verdient dan 40% van het minimumloon (dus meer dan € 622,08) dan kun je contact opnemen met jouw distributeur en een zogenaamde OvO fictief op laten maken. Deze wordt doorgegeven aan [uitgever 1] en dan worden er loonheffingen ingehouden en ben je verzekerd voor werknemersverzekeringen zoals de Ziektewet (ZW) en Werkloosheidswet (WW). Deze situatie heeft uitsluitend betrekking op fiscale en sociaal verzekeringsrechtelijke verplichtingen, en niet op je status als freelancer. Meer informatie kun je vinden op www.belastingdienst.nl onder Convenant Uitgeefsector’, of bel de belastingtelefoon 0800-0543.” 2.3. Tot de gedingstukken behoort verder een toelichting op de website van [uitgever 2] waarin onder het kopje “Wat heeft [uitgever 2] je te bieden?” staat onder meer: “Je hebt geen contract, maar werkt volgens een Overeenkomst van Opdracht/OvO ( [uitgever 2] draagt voor u geen loonbelasting, loonheffing en premies werknemersverzekeringen af).” 2.4. In de aangifte IB/PVV 2017 van belanghebbende is het volgende aangegeven: Inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking € 5.082 Inkomen uit dienstbetrekking zonder loonheffing € 1.517 Inkomen uit vroegere dienstbetrekking € 10.511 Buitenlandse inkomsten uit vroegere dienstbetrekking € 2.145 + Verzamelinkomen uit werk en woning € 19.255 Persoonsgebonden aftrek (specifieke zorgkosten) € 523 -/- Belastbaar inkomen uit werk en woning € 18.732 2.5. De inspecteur is bij het vaststellen van de aanslagen IB/PVV en Zvw afgeweken van de aangifte van belanghebbende. Daarbij heeft de inspecteur de inkomsten in aanmerking genomen die over het jaar 2017 aan hem geresigneerd zijn. 2.6. Bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV heeft de inspecteur rekening gehouden met de volgende gegevens. Inkomen uit vroegere dienstbetrekking € 11.801 Buitenlandse inkomsten uit vroegere dienstbetrekking € 2.333 Resultaat uit overige werkzaamheden (hierna: ROW) € 6.599 + Verzamelinkomen uit werk en woning € 20.735 Persoonsgebonden aftrek (specifieke zorgkosten) € 498 -/- Belastbaar inkomen uit werk en woning € 20.237 2.7. Bij aanslag Zvw is het bijdrage-inkomen vastgesteld op € 8.932. Dit bedrag bestaat uit het buitenlandse inkomen uit vroegere dienstbetrekking van € 2.333 en het ROW van € 6.599. 2.8. Tussen partijen is in geschil of de inkomsten uit bezorgdiensten door de inspecteur terecht als ROW zijn aangemerkt. Tevens is de hoogte van deze inkomsten in geschil alsmede de verschuldigdheid van premies Zvw. Kwalificatie inkomsten uit bezorgdiensten 2.9. Belanghebbende heeft aangevoerd dat haar inkomsten uit bezorgdiensten ten onrechte als ROW zijn aangemerkt. Naar de mening van belanghebbende dienen deze inkomsten als loon uit dienstbetrekking te worden aangemerkt. Hiertoe verwijst zij naar de verklaring arbeidsrelatie (hierna: VAR) die zij in de voorgaande jaren heeft ontvangen ten aanzien van deze werkzaamheden. Het betrof een VAR loon uit dienstbetrekking en was geldig tot en met 31 december 2014. 2.10. De inspecteur is van mening dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hiertoe heeft de inspecteur verwezen naar de toelichting van de uitgevers op hun websites zoals opgenomen onder 2.2 en 2.3. Van een fictieve dienstbetrekking is volgens de inspecteur evenmin sprake omdat een gezagsverhouding ontbreekt. 2.11. De rechtbank stelt voorop dat op basis van artikel 3.81 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) onder loon moet worden verstaan loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting. Artikel 1 van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) bepaalt dat loonbelasting wordt geheven van werknemers, waarbij werknemer de natuurlijke persoon is die (voor zover hier van belang) tot een inhoudingsplichtige in privaatrechtelijke dienstbetrekking staat (artikel 2, lid 1, wet LB). 2.12. Bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking is maatgevend of is voldaan aan de eisen van een arbeidsovereenkomst, waarvoor als vereisten gelden: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.