RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/5146 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 9 februari 2021 (het bestreden besluit) inzake het veranderen van eisers pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW-pensioen) naar een AOW-pensioen voor gehuwden of samenwonenden. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post (PostNL) wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de enveloppe een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Vast staat dat verweerder het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 9 februari 2021 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 23 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.