RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/4789 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2022 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres, en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), te Groningen, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 8 september 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. In dat besluit is het bezwaar van eiseres tegen de bij beslissing van 9 april 2020 opgelegde boete voor het verwijtbaar overschrijden van de inburgeringstermijn en het niet kwijtschelden van een lening, niet-ontvankelijk verklaard. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post (PostNL) wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Vast staat dat verweerder het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 8 september 2021 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 20 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.