RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/10126 WIA uitspraak van 2 februari 2022 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster, gemachtigde: mr. B.E. Crone, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 oktober 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake de ongegrondverklaring van het bezwaar van verzoekster tegen de weigering haar uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) te verhogen naar een WIA-uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. Bij besluit van 17 december 2021 heeft het UWV de bezwaren van eiseres alsnog gegrond verklaard en haar WIA-uitkering met ingang van 19 maart 2019 omgezet in een uitkering op grond van de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA). Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft in reactie daarop gesteld met betrekking tot de proceskosten zich te zullen conformeren aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.