RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/1501 WET uitspraak van 5 juli 2022 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2] , te [plaatsnaam] , verzoekers, gemachtigde: mr. W.P.N. Remie, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxmeer, verweerder. Procesverloop Verzoekers hebben bij de rechtbank Oost-Brabant beroep ingesteld tegen het besluit van 25 februari 2021 (bestreden besluit) van het college over de ongegrondverklaring van hun bezwaren tegen het verkeersbesluit van 6 december 2019 om wegen in het bosgebied [naam bosgebied] te [plaatsnaam] af te sluiten voor alle verkeer (uitgezonderd landbouwvoertuigen) en het laten vervallen van het verplichte fietspad. De rechtbank Oost-Brabant heeft de zaak voor behandeling ambtshalve verwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college bericht dat het verkeersbesluit van 6 december 2019 is ingetrokken en dat ook het bestreden besluit wordt ingetrokken. Het college zal een nieuw verkeersbesluit nemen waarmee volledig tegemoet gekomen zal worden aan de bezwaren van verzoekers. Vervolgens hebben verzoekers het beroep ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.