RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/2795 GEMWT VV uitspraak van 12 juli 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats] , verzoekers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen, verweerder. Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: Familie [naam], te [woonplaats] . Procesverloop Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 maart 2022 (bestreden besluit) van het college over de afwijzing van een verzoek om handhaving. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen
- Feiten en omstandigheden Verzoekers zijn eigenaar van het perceel met opstallen aan [adres] . Op 25 januari 2022 hebben verzoekers het college verzocht om handhavend op te treden tegen schade aan de voorgevel, kozijn en voordeur van hun buren aan [adres] ; de familie [naam] . Verzoekers stellen overlast te ervaren en vrezen schade aan hun pand. Volgens verzoekers sluit de voordeur van de buren niet meer goed en verzoekers ervaren overlast, omdat de buren de voordeur hard dichtslaan. Naar aanleiding van dit handhavingsverzoek heeft een toezichthouder van de gemeente Drimmelen ter plaatse het pand onderzocht. De toezichthouder heeft geconstateerd dat er een scheurtje te zien is in een baksteen. Hij stelt dat er geen sprake is van instortingsgevaar vanwege een scheur in de gevel. In het bestreden besluit heeft het college het handhavingsverzoek van verzoekers afgewezen. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat er geen overtreding is geconstateerd en het college ziet dan ook geen aanleiding om handhavend op te treden ten aanzien van de scheur in de gevel. De overlast vanwege het hard dichtslaan van de voordeur is niet iets waartegen het college handhavend kan optreden.
- Verzoeksgronden Verzoekers hebben de voorzieningenrechter dringend verzocht om de buren direct te laten ophouden met het slaan van hun voordeur, en bouwkundig onderzoek te doen naar de bouwkundige staat van [adres] . Zij geven daarvoor de volgende argumenten: - Hun fysieke en psychische veiligheid is in het geding; - Dringend verzoek de buren te dwingen de deur zo te repareren dat die niet dichtgeslagen hoeft te worden; - Dringend verzoek de bouwkundige staat van [adres] te onderzoeken, omdat de voorgevel is (los)gescheurd door heien; - Dringend verzoek om de gemeente Drimmelen te dwingen het verzoek tot handhaving openbaar te maken, zodat eindelijk duidelijk wordt wat in de buurt is gebeurd en dat er gevaar dreigt (voor de dijk en de panden daarop); - Dringend verzoek om hulp tegen de misdrijven die door de gemeente Drimmelen jegens verzoekers gepleegd worden.
- Spoedeisend belang Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Van onverwijlde spoed is sprake, wanneer een besluit onomkeerbare gevolgen heeft en een besluit op (in dit geval) het bezwaar niet kan worden afgewacht.
- Oordeel voorzieningenrechter Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in deze situatie geen sprake van een dermate spoedeisend belang, dat noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van de beslissing op de bezwaren van verzoekers. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de gemachtigde van het college de griffier telefonisch heeft laten weten dat de hoorzitting is gepland op dinsdag 5 juli 2022 en dat doorgaans binnen vier weken daarna het advies van de bezwaarschriftencommissie wordt verwacht. De verwachting is dat het college in de eerste collegevergadering na het zomerreces, op 30 augustus 2022, een besluit zal nemen. Het is de voorzieningenrechter niet aannemelijk geworden dat in die relatief korte periode onaanvaardbare hinder of overlast, dan wel aanmerkelijke (nieuwe) schade aan de woning van verzoekers kan worden verwacht.
- Conclusie De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 12 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.