RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummers: 02-027579-21, 02-256404-20, 02-180465-21, 02-038171-21, 02-039973-21, 02-043612-21 en 02-323851-21 vonnis van de meervoudige kamer van 22 juli 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats] raadsvrouw mr. L.V. Romme, advocaat te Tilburg 1Onderzoek van de zaak Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) heeft de politierechter de zaak onder parketnummer 02-256404-20 naar deze kamer verwezen. De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 juli 2022, waarbij de officier van justitie, mr. M.S. Kikkert, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 Sv. de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd. 2De tenlastelegging De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de zaak met parketnummer 02-027579-21
(8)die aan een ander, te weten aan politie Zeeland West Brabant toebehoorde, onbruikbaar heeft gemaakt en op 15 februari 2021 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk een telefooncel, die aan een ander, te weten aan politie Zeeland West Brabant toebehoorde, heeft vernield; in de zaak met parketnummer 02-323851-21 op 13 oktober 2020 te Goirle, gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: - het met een penis en/of vinger/hand oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en - het met een penis en/of vinger/hand vaginaal en/of oraal penetreren van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en - het zichzelf met de vinger/hand vaginaal penetreren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt [bestandsnaam] en - het met een penis en/of vinger/hand betasten van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en - het met een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en - het zichzelf bij de geslachtsdelen betasten/aanraken met de vinger/hand door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt [bestandsnaam] en het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of waarna door de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling [bestandsnaam] en het masturberen dicht bij het lichaam/gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het spuiten van sperma op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een penis dicht bij het lichaam van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling [bestandsnaam] . Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met aftrek van het voorarrest met daarbij als bijzondere voorwaarden dat verdachte een meldplicht opgelegd krijgt bij de reclassering, dat hij zich ambulant laat behandelen en dat het verdachte verboden wordt drugs te gebruiken. Bij het formuleren van zijn eis is de officier van justitie uitgegaan van een bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. 6.2 Het standpunt van de verdediging Door de verdediging is aangevoerd dat de periode waarin verdachte de hem tenlastegelegde feiten heeft gepleegd, een extreem slechte periode voor hem is geweest. Dit blijkt ook uit een eerder uitgebracht reclasseringsadvies. Deze slechte periode heeft uiteindelijk geresulteerd in een verplichte GGZ-opname. Dankzij medicatie is verdachte weer in staat om normaal te functioneren en mee te draaien in de maatschappij. Verzocht is rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte een baan heeft. Indien de rechtbank verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou opleggen, dan is het nog maar de vraag of binnen de gevangenismuren de juiste passende zorg aan verdachte geboden kan worden die maakt dat verdachte op een normale wijze blijft functioneren. De mogelijkheid bestaat dat verdachte binnen detentie weer psychisch zal decompenseren. Verzocht is dan ook om verdachte een forse taakstraf op te leggen in combinatie met een gevangenisstraf waarbij het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan het voorarrest. Met het opleggen van bijzondere voorwaarden worden voldoende waarborgen geboden om ervoor te zorgen dat verdachte niet opnieuw in een psychische decompensatie terecht komt en strafbare feiten gaat plegen. Behandeling voor kinderpedofilie acht de verdediging niet noodzakelijk nu de reclassering heeft geconstateerd dat geen sprake is van kinderpedofilie. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich in een periode van maart 2020 tot en met mei 2021 schuldig gemaakt aan veel nare maar zeker ook ernstige strafbare feiten. Het begon met een stalking en bedreiging van [slachtoffer 4] en een stalking van zijn voormalige werkgever [slachtoffer 1] . In een korte periode heeft hij deze slachtoffers veelvuldig lastig gevallen. [slachtoffer 1] werd zelfs meer dan 15.000 keer gebeld door verdachte in een periode van circa twee maanden. Het gedrag van verdachte heeft grote impact gehad op het leven van de slachtoffers. Dit blijkt onder meer ook uit de ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] waarin is aangegeven dat het gedrag van verdachte hem en zijn bedrijf ongekende schade heeft berokkend. Ook de politie moest het ontgelden. Nadat de politie was geconfronteerd met veel telefonische berichten van verdachte, heeft hij de opgelegde gedragsaanwijzing overtreden door de politie meerdere malen te mailen. Tijdens zijn contacten met de politie heeft verdachte daarnaast ook nog vernielingen aangericht. Van geheel andere orde is de valsheid in geschrifte en de poging van verdachte om [bank] op te lichten. Ook deze feiten acht de rechtbank ernstig. Met name tilt de rechtbank zwaar aan het voorhanden hebben van kinderporno. Kinderporno is bijzonder ernstig, omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen. Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal afbeeldingen dat verdachte in bezit had, de leeftijd van de kinderen op de afbeeldingen en de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst en de hoeveelheid van de gepleegde feiten, een gevangenisstraf noodzakelijk is. Bij de bepaling van de duur van die straf houdt de rechtbank rekening met het navolgende. Verdachte heeft een strafblad. Hieruit blijkt dat hij al vaker met politie en justitie in aanraking is geweest, onder meer ter zake van kinderporno. In 2016 is verdachte hiervoor nog veroordeeld. De rechtbank acht het erg zorgelijk dat verdachte nu weer kinderporno op zijn telefoon en computers heeft gehad. De eerder opgelegde straf, waarbij onder meer als bijzondere voorwaarde een GGZ-behandelverplichting is opgelegd, hebben duidelijk niet het gewenste resultaat gehad. Dit blijkt ook wel uit het advies dat is uitgebracht door de reclassering op 24 maart
- In dit advies is geconcludeerd dat het erop lijkt dat de feiten grotendeels hebben plaatsgevonden in een periode van psychische decompensatie waarin verdachte niet meer in staat was om 'normaal' te functioneren. Aangegeven is dat hierin een duidelijk patroon zichtbaar is. De reclassering is uit dossierinformatie gebleken dat er bij hem sprake is van paranoïde schizofrenie, psychotische episodes en een autismespectrumstoornis en dat hij hiervoor meermaals kort- en langdurig opgenomen is in een psychiatrische kliniek. De reden dat verdachte psychisch decompenseert lijkt voornamelijk samen te hangen met zijn houding ten opzichte van hulp en begeleiding, het ontbreken van (medicamenteuze) behandeling en de manier waarop hij zijn dagbesteding invult. In de kern is hij zorgmijdend en verleent hij alleen medewerking aan passende zorg wanneer hem dit wordt opgelegd door de rechter. In periodes dat er geen zorgmachtiging is afgegeven accepteert betrokkene geen hulp en medicatie wat op den duur dan weer leidt tot een neerwaartse spiraal waarbij de geestelijke gezondheidszorg uiteindelijk weer om de hoek komt kijken binnen een verplicht kader. Door de reclassering wordt het recidiverisico ingeschat als gemiddeld-hoog. Geadviseerd wordt om verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling door het Fact-team van GGz-Breburg en een verbod tot het gebruik van drugs. Ter zitting is de rechtbank gebleken dat het nu naar omstandigheden redelijk goed gaat met verdachte. Dit is mede dankzij de depotmedicatie die verdachte krijgt. Ter zitting heeft verdachte aangegeven dat, zolang hij stabiel is, het goed gaat met hem en dat begeleiding vanuit de GGZ hem helpt. De rechtbank acht daarom ambulante behandeling van verdachte geïndiceerd, dit in de vorm van een bijzondere voorwaarde. Verder is de rechtbank gebleken dat verdachte momenteel een baan heeft en ’s avonds eet hij bij zijn moeder. Zorgelijk acht de rechtbank de tijdsinvulling van verdachte zodra hij weer alleen thuis is. Een computer is dan snel genoeg opgestart om weer kinderporno te zoeken en/of chatsites te bezoeken. Hierin schuilt naar de opvatting van de rechtbank een groot risico. Hierbij merkt de rechtbank nog op dat verdachte ter zitting geen verantwoordelijkheid heeft genomen en ook geen inzicht heeft gegeven in wat er precies in hem speelt. Om dit recidiverisico zo veel als mogelijk in te perken acht de rechtbank, hoewel niet geadviseerd door de reclassering, een controle op het internetgedrag van verdachte noodzakelijk, dit in de vorm van gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit schadelijke internetgedrag te voorkomen en een verplichting zijn medewerking te verlenen aan controles van zijn gegevensdragers. Daarom zal de rechtbank bepalen dat verdachte moet meewerken aan controle van zijn digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek zoals hierna geformuleerd in het dictum van deze beslissing. De controle is dan gericht op de vraag of verdachte kinderpornografisch materiaal vermijdt. De controle strekt er niet toe een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het dossier en de persoon van verdachte onvoldoende aanknopingspunten bieden voor het opleggen van een drugsverbod. Gelet op de LOVS richtlijnen is het oriëntatiepunt voor het bezit van kinderporno 240 uur taakstraf plus 6 maanden gevangenisstraf, waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden. Recidive is daarbij een strafvermeerderende factor. Verdachte wordt thans door de rechtbank schuldig bevonden aan overtreding van 12 strafbare feiten, waarvan één feit ziet op het bezit van kinderporno. Bij het slechts opleggen van een forse taakstraf en enkel 6 dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij een voorwaardelijk deel, zoals door de verdediging is bepleit, wordt absoluut geen recht gedaan aan hetgeen waarvoor verdachte nu veroordeeld wordt. Door het opleggen van de hierna omschreven straf heeft de rechtbank in voor verdachte positieve zin rekening gehouden met zijn psychiatrisch toestandsbeeld ten tijde van een deel van de strafbare feiten. Ook heeft de rechtbank in positieve zin voor verdachte rekening gehouden met het feit dat het de afgelopen periode goed is gegaan met verdachte, hij depotmedicatie krijgt en hij een zinvolle dagbesteding heeft, namelijk een baan. Gelet op de ernst van met name het bezit van kinderporno en het feit dat verdachte daar al eerder voor is veroordeeld, kan de rechtbank niet anders dan verdachte toch nog naar de gevangenis sturen. Omdat de rechtbank het van belang vindt dat verdachte in elk geval de mogelijkheid krijgt om de huidige positieve lijn voort te zetten, zal de rechtbank het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf beperken tot 36 dagen (met aftrek), zodat verdachte in elk geval voordat hij in detentie gaat, zijn depotmedicatie kan krijgen (verdachte heeft in dit kader verklaard dat hij één keer per 4 weken depotmedicatie krijgt). Voor het uitzitten van zijn straf kan verdachte dan eventueel verlof opnemen, zodat dit niet per definitie hoeft te betekenen dat hij zijn baan verliest. De rechtbank doet hiermee recht aan de ernst van de feiten, maar houdt daarbij ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding, mede gezien de persoon van verdachte en de ernst en hoeveelheid van de gepleegde feiten, verdachte de maximale werkstraf op te leggen. Ook dit garandeert (voorlopig) mede een zinvolle dagbesteding. 7De benadeelde partij In de zaak met parketnummer 02-256404-20 De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 684,05 voor feit
- De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. De rechtbank acht de gevorderde materiële schade van een bedrag van € 34,05 volledig toewijsbaar. De verdediging heeft zich in zoverre ook gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De benadeelde heeft aangevoerd dat hij nadelige (psychische) gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank brengt de aard en de ernst van de normschending door verdachte mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam. In een korte periode is de benadeelde partij meer dan 15.000 keer gebeld door verdachte. Dit zorgde bij hem voor veel stress omdat hij als ZZP’er zijn werkzaamheden niet meer goed kon verrichten omdat hij onbereikbaar werd voor zijn klanten. De rechtbank acht het aannemelijk dat dit voor de benadeelde partij psychisch belastend is geweest. Dit betekent dat ook de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht rechtbank vergoeding van een bedrag van € 500,00 billijk. De rechtbank zal de gevorderde immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf het moment dat de schade is ontstaan, te weten 4 mei
- De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. in de zaak met parketnummer 02-180465-21 De benadeelde partij [bank] vordert een schadevergoeding van € 230,00 voor feit
- De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank in het geheel toewijsbaar. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen vanaf het indienen van de vordering, te weten 28 september
- De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. 8Het beslag 8.1 De verbeurdverklaring In de zaak met parketnummer 02-256404-20 De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Gebleken is dat deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en de feiten 1 en 2 zijn begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen. 9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 45, 57, 184a, 225, 240b, 285, 285b, 310, 311, 326 en 350 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 10De beslissing De rechtbank: Voorvragen - verklaart de dagvaarding nietig voor zover deze betrekking heeft op parketnummer 02256404-20, feit 1 voor zover het betreft “en/of het [slachtoffer 2] ”; - verklaart de dagvaarding voor het overige geldig; - verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte; Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van hetgeen hem is tenlastegelegd in de zaak met parketnummer 02-038171-21; Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: in de zaak met parketnummer 02-027579-21 feit 1 primair: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; feit 3 diefstal; in de zaak met parketnummer 02-256404-20 feit 1: belaging; feit 2: belaging; feit 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; in de zaak met parketnummer 02-180465-21 feit 1: poging tot oplichting; feit 2: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; in de zaak met parketnummer 02-039973-21 opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering; in de zaak met parketnummer 02-043612-21 feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, meermalen gepleegd; feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken en opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen; in de zaak met parketnummer 02-323851-21 een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd; - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 186 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar; - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - stelt als bijzondere voorwaarden: * dat verdachte zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering; * dat verdachte zich binnen 5 werkdagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Ringbaan West 275, 5037 PD Tilburg. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * dat verdachte zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van het Fact-team van GGz Breburg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel mogelijk na het ingaan van de proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling; * dat verdachte vermijdt dat hij in aanraking komt met kinderpornografisch materiaal en vermijdt dat er kinderpornografisch materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt. Verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van: - het seksueel getint communiceren met minderjarigen; - het bezoeken van een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen; - het bezoeken van een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd. Verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek. Verdachte verschaft toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. Verdachte verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle. De controle op digitale gegevensdragers vindt maximaal 3 keer per jaar plaats. De controle is gericht op de vraag of verdachte kinderpornografisch materiaal vermijdt. De controle strekt er niet toe een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte. De reclassering kan voor technische ondersteuning een deskundige meenemen, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied. Bij de controle kan gebruik worden gemaakt van een hulpmiddel dat een indicatie geeft of kinderpornografisch materiaal aanwezig is. * dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt; * dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren; - beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen; Beslag In de zaak met parketnummer 02-256404-20) - verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een GSM (omschrijving: G2255459, registratienummer: [nummer 1] , Huawei Ale-L21) en een computer (omschrijving: G2255469, serienummer: [nummer 2] , HP Prodesk
- Benadeelde partijen In de zaak met parketnummer 02-256404-20 - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 534,05, waarvan € 34,05 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 4 mei 2020 tot aan de dag der voldoening; - veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil; -verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. In de zaak met parketnummer 02-180465-21 - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bank] van € 230,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 28 september 2021 tot aan de dag der voldoening. - veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil; Schadevergoedingsmaatregel In de zaak met parketnummer 02-256404-20 - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] (feit 1), € 534,05 te betalen vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 4 mei 2020 tot aan de dag der voldoening. - bepaalt dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft; - bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; In de zaak met parketnummer 02-180465-21 - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [bank] . (feit1), € 230,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 28 september 2021 tot aan de dag der voldoening. - bepaalt dat bij niet betaling 4 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft; - bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. G.M.J. Kok en mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van F.W.P.M. van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 juli
- Mr. Brouwer is niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.