← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:4073

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummers: BRE 22/1737 en 22/1771 tot en met 22/1773 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2022 in de zaken tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde]), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop Belanghebbende heeft bij de inspecteur een bezwaarschrift ingediend tegen de aanslagen vennootschapsbelasting 2016 tot en met 2020. De inspecteur heeft deze brief aangemerkt als een beroepschrift en deze doorgezonden naar de rechtbank omdat de rechtbank bevoegd is de beroepen te behandelen. Overwegingen Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht eenmaal € 365,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. De griffier heeft bij verzonden brief van 29 maart 2022 belanghebbende in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Bij brief van 2 april 2022 wordt namens belanghebbende gereageerd op de ontvangen nota. Namens belanghebbende wordt gesteld dat de griffierechten niet zullen worden betaald omdat in de Grondwet staat dat op grond van artikel 17 niemand kan worden afgehouden van een rechter. Namens belanghebbende wordt verder aangevoerd dat het griffierecht geen recht is, omdat er niemand een mandaat of machtiging van het Volkeren Trust heeft om hem dit op te leggen. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 28 april 2022 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het namens belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet op tijd betaald. Uit wat belanghebbende heeft aangevoerd volgt niet dat er geen griffierecht is verschuldigd. Ook heeft belanghebbende niet gesteld niet in staat te zijn het griffierecht te betalen. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 22 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.