beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg zaakgegevens : C/02/397048 / JE RK 22-750 datum uitspraak: 22 juli 2022 (nadere) beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), locatie Eindhoven, betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2010 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2012 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder, wonende te Aardenburg, [belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader, wonende te Aardenburg. Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren. Het verdere procesverloop Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van de kinderrechter van 23 juni 2022, met alle daarin genoemde en vermelde stukken; - het e-mailbericht van de GI van 11 juli 2022; - de brief van moeder ingekomen bij de rechtbank op 24 juni 2022 - het e-mailbericht van [minderjarige 1] ingekomen bij de rechtbank op 20 juli 2022; - het e-mailbericht van de GI van 20 juli 2022. - een briefrapportage van de GI ingekomen bij de rechtbank op 20 juli 2022. Op 22 juli 2022 heeft de kinderrechter de zaak mondeling - met gesloten deuren - behandeld. Gehoord zijn: - een vertegenwoordigster van de GI; - een vertegenwoordigster van de Raad; - een hulpverleenster van MST-CAN; - moeder. Opgeroepen en niet verschenen zijn: - de minderjarige [minderjarige 1] , - de vader. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de ouders. Bij beschikking van 31 juli 2019 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld voor de duur van één jaar. De ondertoezichtstelling is daarna telkens verlengd en laatstelijk bij beschikking van 23 juni 2022 tot 30 juli 2022, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Het verzoek De GI heeft op 28 april 2022 verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verzocht voor de duur van één jaar. Thans ligt nog ter beoordeling voor het resterende deel van het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , te weten van 30 juli 2022 en tot 30 april 2023. De (nadere) standpunten [minderjarige 1] heeft de kinderrechter een brief gestuurd via e-mail. Hierin vertelt zij dat ze veel van de ouders houdt. [minderjarige 1] geeft aan veel op haar moeder te lijken en goed met haar te kunnen praten. [minderjarige 1] heeft veel hobby’s en wil graag gaan een baantje. De GI handhaaft haar verzoek. De vertegenwoordigster van de GI geeft aan dat een gedragswetenschapper het dossier heeft bekeken. Opvallend was dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een grote achterstand hebben in hun sociaal-emotionele ontwikkeling; zij hebben een enorm tekort gehad aan affectie en aandacht van ouders. Er is op dit moment geen individuele hulp meer voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , alleen MST-CAN. Zij kunnen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gespecialiseerde zorg bieden op emotioneel vlak. De GI is van mening dat 10 voor Toekomst deze zorg niet kan bieden. Binnenkort zal een gesprek plaatsvinden met MST-CAN en 10 voor Toekomst. 10 voor Toekomst zal zich moeten conformeren aan de doelen die MST-CAN gaat stellen. Doen zij dit niet, zullen zij moeten stoppen met het aanbieden van hulp. De GI twijfelt in hoeverre ouders zelf in staat zijn de benodigde zorg in te zetten. De GI kan zich voorstellen dat er omtrent [minderjarige 1] twijfels bestaan de ondertoezichtstelling al dan niet te verlengen. Bij [minderjarige 2] begrijpt ze deze twijfels niet; ten aanzien van hem is niet alle informatie compleet. Zo ontbreekt de informatie van de kinderpsychiater nog. De moeder geeft aan dat het nu veel beter met haar gaat, alsook met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zij zijn van school gewisseld, hetgeen goed heeft uitgepakt; er zijn geen (agressie)problemen meer. Daarnaast is het thuis rustiger. Er gelden nu regels bij haar thuis waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich aan houden. Ook de partner van de moeder doet zijn best minder te drinken. De moeder heeft veel gehad aan de hulp van 10 voor Toekomst. Er is geen kindercoach meer betrokken bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder geeft aan dat de hulpverleenster van MST-CAN nu twee weken bij hen betrokken is. De moeder kan goed praten met de hulpverleenster; er is gelijk sprake van vertrouwen, ook bij haar kinderen. De hulpverleenster van MST-CAN heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven nog maar twee weken bij het gezin betrokken te zijn. Gelet op deze korte duur is het voor haar lastig op dit moment haar eerste bevindingen te geven. Zij vindt het fijn de mondelinge behandeling bij te wonen om zo wat meer zicht te krijgen op de situatie en hetgeen er speelt. Het MST-traject zal 6 tot 9 maanden duren en zal bij het gehele gezin betrokken zijn. Het MST-traject is een heel intensieve behandeling; de hulpverleenster zal 2 á 3 keer in de week thuis langskomen en regelmatig videobellen. Ook bieden ze traumabehandeling en behandeling voor middelengebruik. De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij zich zorgen maakt over de mate waarin de GI de afgelopen jaren regie heeft gevoerd. Zo begrijpt de Raad niet dat 10 voor Toekomst niet eerder is gestopt en waarom dit nu pas aan de orde komt. Daarbij maakt de Raad zich zorgen over het vertrouwen van moeder in de hulpverlening mocht 10 voor Toekomst (alsnog) moeten stoppen. Temeer nu de moeder inmiddels een goede band heeft opgebouwd met 10 voor Toekomst. De Raad vraagt zich af waarom de GI niet eerder heeft doorgepakt. De ondertoezichtstelling loopt al lang en de doelen zijn nauwelijks behaald. De Raad twijfelt of een ondertoezichtstelling voor de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nodig is. De verdere beoordeling De kinderrechter heeft het resterende deel van het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van 30 juli 2022 tot 30 april 2023 afgewezen. De kinderrechter zal dat in het hiernavolgende toelichten. Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.