Rechtbank Zeeland-West-Brabant – ECLI:NL:RBZWB:2022:4514
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/5342 WABOA uitspraak van 4 augustus 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiseres] , te [plaatsnaam 1] , eiseres, gemachtigde: mr. S.A.B. Boer, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, verweerder.
Procesverloop Op 10 juni 2021 heeft eiseres een omgevingsvergunning aangevraagd voor het oprichten van 168 opslagunits op een perceel gelegen aan de [adres] te [plaatsnaam 2] .
Eiseres heeft op 6 december 2021 ingevolge artikel 8:55f van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning.
De rechtbank heeft besloten het beroep versneld te behandelen, onder toepassing van afdeling 8.2.3 van de Awb.
Op 14 december 2021 heeft het college de van rechtswege verleende omgevingsvergunning alsnog bekend gemaakt.
Bij brief van 21 december 2021 heeft eiseres het beroep wegens het niet tijdig bekendmaken ingetrokken en heeft zij de rechtbank verzocht om het college te veroordelen in de proceskosten en om de hoogte van de dwangsom vanwege het niet tijdig bekendmaken van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning vast te stellen. Gelet op dat laatste verzoek beschouwt de rechtbank het beroep als ‘niet ingetrokken’ voor zover het ziet op het verzoek om een dwangsom.
De rechtbank heeft de versnelde behandeling van het beroep vervolgens beëindigd en heeft toepassing gegeven aan artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, zodat een behandeling ter zitting achterwege is gebleven.
Overwegingen 1. In paragraaf 4.1.3.3 van de Awb is een facultatieve regeling opgenomen voor de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen. Die paragraaf is alleen van toepassing, indien dat bij wettelijk voorschrift is bepaald. Wanneer die paragraaf van toepassing is, geldt dat een aangevraagde beschikking van rechtswege wordt gegeven, wanneer niet tijdig op de aanvraag is beslist. De verlening van rechtswege geldt als een beschikking. Het bestuursorgaan maakt de beschikking bekend binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven. Tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege kan de belanghebbende beroep bij de bestuursrechter instellen. Een beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een van rechtswege verleende beschikking bekend te maken én twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
Dit betekent dat het college vanaf 2 december 2021 in gebreke was. Daarna zijn nog 12 dagen verstreken voordat het college de van rechtswege verleende omgevingsvergunning bekend heeft gemaakt. De rechtbank oordeelt dan ook dat het college inmiddels het bedrag van (€ 23,- x 12 dagen =) € 276,- aan dwangsommen heeft verbeurd. Het beroep is dus kennelijk gegrond.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep gegrond; stelt de door het college verbeurde dwangsom vast op € 276,-; draagt het college op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden; veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 4 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel 4:20a, eerste lid, van de Awb.
Artikel 4:20b, eerste lid, van de Awb.
Artikel 4:20b, tweede lid, van de Awb.
Artikel 4:20c, eerste lid, van de Awb.
Artikel 8:55f, eerste lid, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb Artikel 3.9, derde lid, van de Wabo.
Artikel 4:20d, derde lid, jo. 4:18, eerste lid, van de Awb.
Artikel 8:55f, tweede lid, van de Awb.