RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/1842 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 11 februari 2022 (het bestreden besluit) inzake de vaststelling van de draagkracht van eiser voor het jaar 2022. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 30 april 2022 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief. Eiser heeft het griffierecht niet (op tijd) betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Verder moet iemand die beroep instelt, in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 23 juni 2022 eiser gevraagd de gronden van het beroep alsnog in te sturen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief. Eiser heeft binnen de gestelde termijnen geen gronden ingediend. Ook hier geldt dat eiser daar geen geldige reden voor heeft gegeven. Het beroep is om hiervoor vermelde redenen kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van C.A.F. Kalb, griffier, op 5 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.