RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/193519-21 en 02/036435-22 (ttz. gev.) vonnis van de meervoudige kamer van 10 augustus 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] , gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Westzaan, Smeet 1 1551 NG, bijgestaan door raadsman mr. R. Engwegen, advocaat te Echt. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 juli 2022, waarbij de officier van justitie, mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn de bovengenoemde parketnummers gevoegd. Tevens zijn de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag aan de orde gekomen. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is aangepast overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 02/193519-21 De verdenking komt er - kort en feitelijk weergegeven - op neer dat verdachte feit 1: samen met één of meer anderen personen heeft opgelicht; feit 2: samen met één of meer anderen geldbedragen heeft gestolen door te pinnen met andermans pinpassen; feit 3: zich samen met één of meer anderen schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. 02/036435-22 De verdenking komt er – kort en feitelijk weergegeven – op neer dat verdachte feit 1: verschillende softwareprogramma’s, (voorbeelden van) phishing e-mails en lijsten met e-mailadressen voorhanden heeft gehad met het oogmerk om computerfraudedelicten te plegen; feit 2: samen met één of meer anderen creditcardgegevens voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze door misdrijf waren verkregen. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de feiten 1 tot en met 3 onder parketnummer 02/193519-21. De feiten 1 en 2 onder parketnummer 02/036435-22 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1 tot en met 3 onder parketnummer 02/193519-21. Aan de hand van de processen-verbaal van herkenning kan de rechtbank niet tot het wettig en overtuigend bewijs komen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Daarnaast kan verdachte niet degene zijn geweest die de oplichtingen heeft gepleegd dan wel het geld heeft gepind omdat hij voor meerdere pleegdata een alibi heeft. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de gedragingen niet kunnen worden gekwalificeerd als een oplichting. De wijze waarop te werk is gegaan, had de slachtoffers aanleiding moeten geven om de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen en zich daardoor niet te laten bedriegen. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 onder parketnummer 02/036435-22. De softwareprogramma’s die op de computer van verdachte zijn aangetroffen, kunnen ook worden gebruikt voor legitieme doeleinden zoals marketing en zijn dus niet hoofdzakelijk geschikt voor criminele doeleinden. Daarnaast ontbreekt het oogmerk bij verdachte om met de technische hulpmiddelen misdrijven te plegen. Verdachte heeft de computer slechts in de periode 24 januari 2022 tot en met 30 januari 2022 in zijn bezit gehad en heeft deze in die periode ook nog uitgeleend aan “ [naam 1] ” (fonetisch). Hierdoor kan niet onomstotelijk worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die de in de ten laste gelegde periode gewraakte handelingen heeft gepleegd. Meer subsidiair dient de tenlastegelegde pleegperiode voor dat feit te worden ingekort. Ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 02/036435-22 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs 02/193519-21 Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de onder dit parketnummer tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Zij overweegt daartoe als volgt. Uit de verschillende aangiftes in het dossier volgt dat de daders bij alle incidenten op dezelfde manier te werk zijn gegaan: in een telefoongesprek werd het slachtoffer er op gewezen dat er mogelijk fraude was gepleegd met zijn of haar bankrekening. Vervolgens werd het slachtoffer bewogen om de bankpas behorende bij deze bankrekening mee te geven aan een koerier en de pincode na de pieptoon in te spreken. Kort nadat de pinpas was afgegeven, werd er bij een pinautomaat in de buurt een groot geldbedrag van de rekening afgehaald. Van de pintransacties zijn de camerabeelden opgevraagd en zijn de screenshots van deze beelden door verschillende verbalisanten bekeken. Verdachte is op één screenshot door een verbalisant voor 100% herkend. In het algemene proces-verbaal, waarin meerdere screenshots van verschillende incidenten zijn opgenomen, wordt geconcludeerd dat er zeer sterke aanwijzingen zijn dat de persoon die in beeld is, verdachte is. De rechtbank overweegt dat zij zelf verdachte niet herkent op de aan het dossier toegevoegde screenshots. Voorts stelt zij vast dat een aantal van de in het dossier opgenomen screenshots onduidelijk is. Daarnaast draagt de persoon die in beeld is een mondkapje en een pet, waardoor een groot deel van het gezicht niet zichtbaar is. Nu verdachte ten slotte maar op één foto met 100% procent zekerheid wordt herkend, heeft de rechtbank niet de overtuiging dat verdachte de persoon is op de screenshots. Gelet op het voorgaande zal verdachte worden vrijgesproken van de onder dit parket-nummer tenlastegelegde feiten 1 tot en met 3. 02/036435-22 Feit 1 De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op 7 februari 2022 staande is gehouden en op dat moment twee laptops en twee iPhones onder zich had. Verdachte heeft verklaard dat de telefoons en de laptops van hem waren, maar dat hij de laptops pas enkele weken in zijn bezit had. De Microsoft Surface Pro was van [naam 2] en nadat deze was overleden, heeft verdachte deze van [naam 3] gekregen. Hij heeft de laptop daarna nog enige tijd uitgeleend aan [naam 1] om deze te reviseren. Verdachte heeft de op deze laptop aangetroffen programma’s Sendblaster en Ultramailer niet op de laptop gezet en deze ook niet gebruikt. Datzelfde geldt voor de voorbeelden van de phishing e-mails en de grote hoeveelheid e-mailadressen. De op de iPhone Pro Max aangetroffen grote hoeveelheid bankapplicaties heeft verdachte op zijn telefoon geplaatst voor eigen gebruik in verband met problemen met zijn ING-bankrekening, niet om criminele activiteiten te ontplooien. De rechtbank acht de verklaring van verdachte volstrekt ongeloofwaardig en schuift deze terzijde. Zij overweegt daartoe dat verdachte zijn verklaring op geen enkele wijze heeft weten te onderbouwen of concretiseren. Hij heeft enkel de namen ‘ [naam 2] ’, ‘ [naam 3] ’ en ‘ [naam 1] ’ genoemd en kon of wilde desgevraagd geen nadere informatie over deze personen verstrekken, zoals adresgegevens of een volledige naam. Voorts blijkt uit het technisch onderzoek dat de Microsoft Surface Pro op het moment dat het programma Sendblaster actief was, via een hotspot op de telefoon van verdachte verbinding maakte. Verdachte heeft hier geen aannemelijke verklaring voor weten te geven. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de laptop en beide in beslag genomen telefoons gedurende de ten laste gelegde periode voorhanden heeft gehad en verantwoordelijk is voor de daarop aangetroffen software, de voorbeelden van phishing e-mails en de enorme hoeveelheid e-mailadressen. Datzelfde geldt voor de grote hoeveelheid bankapplicaties op de iPhone Pro Max. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de programma’s Sendblaster en Ultramailer ook voor legitieme doeleinden zoals marketing worden gebruikt. Daarnaast volgt uit het enkele voorhanden hebben van deze programma’s en de voorbeelden van phishing e-mails niet dat verdachte het oogmerk heeft gehad op het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139e Wetboek van Strafrecht. De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij is van oordeel dat uit de combinatie van de applicaties Ultramailer en Sendblaster, de grote hoeveelheid bankapplicaties en voorbeelden van phishing e-emails en de tienduizenden e-mailadressen die op de verschillende apparaten zijn aangetroffen die verdachte in zijn bezit had, zonder meer het oogmerk volgt op het plegen van voornoemde delicten. Dat Ultramailer en Sendblaster ook voor legitieme doeleinden worden gebruikt, maakt dit niet anders, nu verdachte niet heeft verklaard dat hij deze programma’s voor dergelijke doeleinden tot zijn beschikking had. Feit 2 De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op de bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd en het proces-verbaal waarin het onderzoek aan de telefoon van verdachte is gerelateerd. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 02/036435-22 feit 1 in de periode 1 maart 2021 tot en met 11 februari 2022 in Nederland een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht voorhanden heeft gehad met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht werd gepleegd, immers heeft verdachte de softwareprogramma’s Sendblaster en Ultramailer, (welke programma’s gebruikt worden om bulk (phishings)e-mails te versturen) die hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen zijn tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139e Wetboek van Strafrecht, voorhanden gehad, met de bedoeling om inlogcode’s en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen die toegang geven tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.