RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/1092 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2022 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende (gemachtigde: mr. A. Bennenbroek), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop Mr. A. Bennenbroek heeft namens belanghebbende tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur betreffende een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 beroep ingesteld. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Daarnaast moet het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dit niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Mr. A. Bennenbroek heeft bij het beroepschrift geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens belanghebbende en geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft mr. A. Bennenbroek bij brief van 6 april 2022 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 17 juni 2022. Deze brief bevat de waarschuwing dat indien de verzuimen niet binnen twee weken worden hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief bezorgd op het door mr. A. Bennenbroek opgegeven adres. Mr. A. Bennenbroek heeft binnen de termijn geen machtiging en geen gronden ingediend. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 12 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.