RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/3156 WABOA B VV uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 augustus 2022 in de zaak tussen [namen verzoekers] , uit [woonplaats verzoekers] , verzoekers, gemachtigde: [naam gemachtigde], en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena, verweerder. Als derde-partij neemt deel aan de zaak: [naam vergunninghouder] , uit [woonplaats vergunninghouder] (vergunninghouder). Procesverloop In het besluit van 2 juni 2022 (bestreden besluit) heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van zeven woningen in het bestaande verenigingsgebouw aan het adres [adres verenigingsgebouw] in [plaats verenigingsgebouw] . Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening is besproken op een zitting in Breda op 9 augustus
- Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Namens verweerder zijn [namen vertegenwoordigers] verschenen. Vergunninghouder is in persoon verschenen, bijgestaan door [naam betrokkene] . Vergunninghouder heeft op de zitting meegedeeld geen gebruik te maken van de vergunning totdat op het bezwaar is beslist. Naar aanleiding hiervan hebben verzoekers het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft ter zitting afwijzend op dit verzoek gereageerd. Overwegingen
- Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 8:84, vijfde, lid van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het verzoekschrift is tegemoet gekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hier geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door het college aan verzoekers. Gelet op de gedingstukken en wat op de zitting door vergunninghouder en verweerder naar voren is gebracht, is verweerder niet tegemoet gekomen aan het verzoek. Het is vergunninghouder die aan dat verzoek tegemoet is gekomen, nu deze heeft aangegeven de bezwaarprocedure af te wachten voordat hij van zijn omgevingsvergunning gebruik zal maken en de bouwwerkzaamheden zal starten. Aan de wettelijke eisen, zoals onder
- vermeld, wordt niet voldaan zodat geen gevolg zal worden gegeven aan het verzoek tot het uitspreken van een kostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A. de Roo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 augustus
- griffier Voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.