RECHTBANK ROTTERDAM Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/399691 / FA RK 22-3208 Zaaknummer: C/10/639941 / FA RK 22-4164 Datum uitspraak: 8 augustus 2022 Beschikking over de voogdij in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming, Regio Rotterdam-Dordrecht, locatie Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, betreffende [naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] (Oekraïne), hierna te noemen: [voornaam 1], [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] (Oekraïne), hierna te noemen: [voornaam 2], [naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats] (Oekraïne), hierna te noemen: [voornaam 3], [naam 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2019 te [geboorteplaats] (Oekraïne), hierna te noemen: [voornaam 4]. De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [naam 5] , hierna te noemen: de moeder, zonder bekende woon- en verblijfplaats, vermoedelijk verblijvende in Oekraïne, STICHTING NIDOS UTRECHT, de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Utrecht. De rechtbank merkt als informant aan: [naam 6], de pleegmoeder van de kinderen. 1Het procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoek met bijlagen van de Raad van 16 juni 2022, ingekomen bij de griffie op 17 juni 2022; - de bereidverklaring van de GI tot aanvaarding van de (tijdelijke) voogdij over de kinderen van 15 juni 2022. 1.2 Op 8 augustus 2022 heeft de rechtbank de zaak met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn: - een vertegenwoordiger van de Raad; - een vertegenwoordiger van de GI; - de pleegmoeder (telefonisch), bijgestaan door een tolk in de Oekraïense taal. Opgeroepen en niet verschenen is:- de moeder. 2De feiten De kinderen zijn op 16 maart 2022 aangekomen in Nederland. Zij zijn met hun Oekraïense pleegmoeder naar Nederland gevlucht. De kinderen waren in Oekraïne aan de pleegmoeder en nog een andere pleegouder toevertrouwd. De kinderen wonen sinds 9 april 2021 bij de pleegmoeder. Op 1 maart 2022 zou in Oekraïne een zitting plaatsvinden over de beëindiging van het gezag van de moeder. Deze zitting is als gevolg van de oorlogssituatie in Oekraïne niet doorgegaan. Er is echter geen contact met de moeder die nog steeds is belast met het gezag. De vader van de kinderen is onbekend. De kinderen hebben de Oekraïense nationaliteit. 3Het verzoek De Raad verzoekt de (tijdelijke) voogdij over [voornaam 1], [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] uit spreken, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad om in de gezagsuitoefening over [voornaam 1], [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] te voorzien. 4De beoordeling Internationaal privaatrecht 4.1 Aangezien de kinderen in het buitenland zijn geboren, zij hun gewone verblijfplaats hebben gehad in het buitenland en de Oekraïense nationaliteit hebben, draagt deze zaak een internationaal karakter. Gelet op deze internationale aspecten dient de rechtbank eerst vast te stellen of zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de Raad. 4.2 Op grond van artikel 20 lid 1 van de EG-verordening nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (hierna: Brussel II-bis), is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de Raad te beoordelen, nu de kinderen op het moment van de indiening van het verzoek in Nederland verbleven, het gaat om een voorlopige maatregel en een spoedeisende situatie. Op grond van artikel 265 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de rechtbank Rotterdam relatief bevoegd nu het verzoek minderjarigen betreft die hun woonplaats hebben in het arrondissement van die rechtbank. Alle betrokkenen zijn akkoord dat deze zaak wordt behandeld op de zittingslocatie te Breda. 4.3 Het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld aan de hand van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299, oftewel het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996). Op grond van artikel 15 HKBV 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek. 4.4 Alvorens het verzoek van de Raad inhoudelijk te kunnen behandelen, dient allereerst te worden vastgesteld wie op het moment van indiening van het verzoek met het gezag is belast. Op basis van de voorhanden zijnde stukken kan de rechtbank niet vaststellen of er een rechtelijke beslissing is genomen in Oekraïne omtrent het gezag over de kinderen. De rechtbank gaat er vooralsnog van uit dat een dergelijke uitspraak er niet is. Gezien de oorlogssituatie in Oekraïne is het ook niet mogelijk om dit vast te stellen. Nu er op dit moment geen rechterlijke beslissing betreffende het gezag is, rijst de vraag wie van rechtswege met het gezag is belast. Daarvoor moet gekeken worden naar artikel 16 HKBV 1996, waarin is bepaald: Het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid, zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit, wordt beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Het ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid door een overeenkomst of een eenzijdige rechtshandeling, zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit, wordt beheerst door het recht van de Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het moment waarop de overeenkomst of de eenzijdige rechtshandeling van kracht wordt. Het op grond van het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind bestaande ouderlijke verantwoordelijkheid blijft bestaan na verplaatsing van die gewone verblijfplaats naar een andere Staat. Indien de gewone verblijfplaats van het kind wordt verplaatst, wordt het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid van een persoon die deze verantwoordelijkheid niet reeds heeft, beheerst door het recht van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats. 4.5 Aangezien de kinderen in Oekraïne zijn geboren en daar in ieder geval tot 16 maart 2022 hebben gewoond, was hun gewone verblijfplaats vanaf geboorte in Oekraïne. De van rechtswege gezagsverhouding dient in eerste instantie op grond van artikel 16 lid 1 HKBV 1996 derhalve naar het recht van Oekraïne te worden beoordeeld. 4.6 Voor zover de rechtbank op basis van de voorhanden zijnde stukken kan beoordelen, heeft de moeder naar Oekraïens recht van rechtswege het gezag over de kinderen. De vader van de kinderen is onbekend. In het Oekraïense recht wordt geen onderscheid gemaakt of kinderen binnen of buiten een huwelijk worden geboren en beide ouders hebben dezelfde rechten en plichten jegens de kinderen. De ouders zijn van rechtswege de wettelijke vertegenwoordigers van het kind. 4.7 De rechtbank gaat uit van de situatie dat de kinderen niet zijn erkend in Oekraïne. Normaliter dienen bij een verzoek als het onderhavige ook de akten van geboorte van de kinderen te worden overgelegd. Gelet op de oorlogssituatie in de Oekraïne is het echter niet mogelijk om deze uittreksels op te vragen. De rechtbank gaat dan ook uit van de informatie uit de stukken van de Raad in die zin dat de vader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.