RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/391017 JE RK 21-2194 Datum uitspraak: 2 mei 2022 Nadere beschikking verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, locatie Amsterdam, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI), betreffende [naam 1], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], hierna te noemen: [voornaam]. De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [voornaam], voornoemd, [voornaam], hierna te noemen: de moeder, zonder bekend woon- of verblijfadres in Nederland, [naam 2], zijnde de oma aan moederszijde, hierna te noemen: de pleegmoeder, wonende te Waalwijk. Het (verdere) procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 1 april 2022 en alle daarin vermelde stukken. Op 25 april 2022 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld. Verschenen zijn:- [voornaam], die apart is gehoord; - de pleegmoeder;- een vertegenwoordigster van de GI. Opgeroepen en niet verschenen is de moeder. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam] verblijft in een netwerkpleeggezin, te weten bij de pleegmoeder. Bij beschikking van de kinderrechter van 4 december 2020 is [voornaam] onder toezicht van de GI gesteld van 4 december 2020 tot 4 december 2021. Bij die beschikking is voor dezelfde periode ook een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een netwerkpleeggezin, zijnde bij oma moederzijde (mevrouw [naam 3]). Het verzoek De GI heeft op 14 oktober 2021 verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling te verlengen. De GI verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bij beschikking van 2 december 2021 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam] verlengd van 4 december 2021 tot 4 december 2022. Voorts heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg verlengd van 4 december 2021 tot 4 april 2022. Het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is door de kinderrechter aangehouden, zodat de meervoudige kamer van deze rechtbank zich kan uitlaten over het door de GI opgenomen opvoedbesluit. Het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing zou aanvankelijk op 1 april 2022 bij de meervoudige kamer van deze rechtbank worden behandeld. Echter, gelet op het bericht van de jeugdzorgwerker dat zij op 1 april 2022 verhinderd was, het belang dat de rechtbank hecht aan de aanwezigheid van de betreffende jeugdzorgwerker bij de inhoudelijke behandeling van het (resterende deel van het) verzoek alsmede de omstandigheid dat het voor de rechtbank niet mogelijk was om deze zaak vóór 4 april 2022 op een mondelinge behandeling bij de meervoudige kamer te plannen, is de machtiging tot uithuisplaatsing ambtshalve verlengd tot 4 mei 2022. De behandeling van de zaak is daarbij voor het overige aangehouden. Het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ligt thans ter beoordeling voor. Het standpunt van de verzoeker Uit het verslag van de GI van 28 februari 2022 blijkt het navolgende. De GI stelt dat het naar omstandigheden goed gaat met [voornaam]. [voornaam] heeft de TED-behandeling (behandeling voor kinderen met een licht verstandelijke beperking) bij Amarant afgerond. Hij heeft om de week contact met zijn moeder. De moeder verblijft eens in de twee weken van vrijdagavond tot zondag bij [voornaam] en de pleegmoeder. Met betrekking tot de moeder geldt dat zij tijdens het netwerkberaad van 23 februari 2022 heeft aangegeven dat het goed met haar gaat en thans een baan (als schoonmaakster) en een woning heeft. Zij is met haar vriend verhuisd van een camping naar een koopwoning van een overleden oom van haar vriend, welke zij van plan zijn te gaan kopen. De moeder heeft verder aangegeven dat het haar niet is gelukt om te werken aan de voorwaarden uit de aan de moeder gegeven schriftelijke aanwijzing, omdat zij het druk had met andere zaken die in haar leven speelden. De moeder zou het erg snel vinden als er thans al een definitieve beslissing wordt genomen over het perspectief van [voornaam]. De GI stelt dat de moeder gezien het verloop sinds de zomer van 2020 niet bij machte is om haar rol als opvoeder en verzorger van [voornaam] vorm te geven of stappen in die richting te maken. Het is de moeder niet gelukt om gevolg te geven aan de door de GI gegeven schriftelijke aanwijzing. Niet te verwachten valt dat het de moeder op korte termijn wel gaat lukken om hierin stappen te maken. [voornaam] heeft behoefte aan duidelijkheid over zijn perspectief, temeer er bij [voornaam] sprake is van kind-eigenproblematiek. In aanvulling hierop is door de vertegenwoordigster van de GI tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het belangrijk is dat [voornaam] duidelijkheid krijgt over zijn perspectief. Hij heeft de wens om bij zijn moeder te wonen, maar de GI heeft in de afgelopen twee jaar geconstateerd dat het de moeder niet lukt om haar leven op de rit te krijgen. Er zijn de moeder verschillende kansen geboden, maar zij heeft deze kansen niet gegrepen. Hoe zeer de GI de wens van [voornaam] ook begrijpt, het is in zijn belang dat er duidelijkheid komt en dat hem wordt uitgelegd waarom een verblijf bij zijn moeder niet mogelijk is. In de visie van de GI is de aanvaardbare termijn voor [voornaam] reeds verstreken. Door de vertegenwoordigster van de GI is voorts tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat er nog altijd geen zicht is op de thuissituatie van de moeder. Zo is er onder meer geen zicht op haar verblijf, omdat zij in Nederland niet is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, op eventuele inkomsten en opvoedingsvaardigheden. De standpunten van de belanghebbenden [voornaam] heeft bij zijn gesprek met de kinderrechter verteld dat hij de wens heeft om bij zijn moeder te wonen. Hij heeft thans om de week in het weekend contact met zijn moeder. [voornaam] heeft het naar zijn zin bij de pleegmoeder, maar woont toch het allerliefst bij zijn moeder. De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen. Door de pleegmoeder is tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat het goed gaat met [voornaam]. De moeder verblijft om de week (in het weekend) bij [voornaam] en de pleegmoeder. De pleegmoeder zou het [voornaam] van harte gunnen om bij zijn moeder te kunnen opgroeien, maar dat gaat simpelweg niet. De pleegmoeder maakt zich zorgen om de moeder, nu haar ter ore is gekomen dat er mogelijk sprake is van drugsgebruik. De pleegmoeder heeft voorts aangegeven dat zij het belangrijk vindt dat [voornaam] en de moeder een goede band met elkaar hebben en er derhalve niet dient te worden getornd aan de huidige contactregeling. De beoordeling Ingevolge artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. Op grond van artikel 1:265c, tweede lid, BW kan de rechtbank, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b, eerste lid, BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van het resterend verzoek blijkt dat [voornaam] op dit moment niet naar huis kan terug keren. De moeder is op dit moment niet in staat om [voornaam] te bieden wat hij nodig heeft. Er is er nog altijd geen (zicht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.