RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummers: BRE 22/902 en 22/903 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2022 op het verzet van [belanghebbende] , te [plaats 1] , Frankrijk, belanghebbende. Procesverloop Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst van 17 januari 2022 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 24 juni 2022, verzonden op 29 juni 2022, heeft de rechtbank die beroepen niet-ontvankelijk verklaard, op grond van het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen De rechtbank heeft in de beroepszaken uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat het griffierecht niet is betaald. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is. Belanghebbende is het voor de door hem ingestelde beroepen eenmaal € 50 aan griffierecht verschuldigd (artikel 8:41, eerste en derde lid, van de Awb). Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht, dan wel ter griffie te zijn gestort (artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb). Indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, zijn de beroepen niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 8:41, zesde lid, van de Awb). Vast staat dat het griffierecht niet is betaald voor het einde van de daartoe gestelde termijn. Gelet op het bepaalde in artikel 8:41 van de Awb zal een beroep dan niet-ontvankelijk worden verklaard, tenzij geoordeeld moet worden dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Belanghebbende stelt hij de aangetekende nota niet heeft ontvangen, omdat de rechtbank niet het juiste woonadres had. De rechtbank is van oordeel dat de door belanghebbende in verzet genoemde omstandigheid geen reden is te oordelen dat hij niet in verzuim is geweest. Belanghebbende heeft immers in het digitaal ingediende beroepschrift als postadres [adres] te [plaats 2] opgegeven. Naar dat adres heeft de rechtbank de nota griffierecht gestuurd. Als belanghebbende niet wilde dat post naar het opgegeven postadres gestuurd zou worden, had het op de weg van belanghebbende gelegen dat aan te geven in het beroepschrift. In wat belanghebbende heeft aangevoerd, ziet de rechtbank dus geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 24 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.