RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummers: 02-095272-22 (hoofdzaak) en 02-119682-21 (tul) vonnis van de meervoudige kamer van 20 september 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1981 [geboorteplaats] wonende [adres] gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Dordrecht raadsvrouw mr. L.V. Romme, advocaat te Tilburg 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 september 2022, waarbij de officier van justitie, mr. C. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte (feit 1) winkeldiefstallen heeft gepleegd bij [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en (feit 2) [slachtoffer] met de dood heeft bedreigd. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte goederen bij [bedrijf 1] heeft gestolen. Zij baseert zich daarbij op de aangifte, op de camerabeelden en op de herkenning van verdachte op die beelden. Niet wettig en overtuigend bewezen acht zij de winkeldiefstal bij [bedrijf 2] . Ook feit 2 acht de officier van justitie bewezen. Zij baseert zich daarbij op de aangifte en op twee verklaringen van getuigen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de winkeldiefstal bij [bedrijf 2] nu niet vast staat dat verdachte die dag bij [bedrijf 2] is geweest en nu ook de aangifte vaag is. Voor de diefstal bij [bedrijf 1] is ook vrijspraak bepleit. Verder is de verdediging van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de bedreiging van [slachtoffer] . Verdachte heeft ontkend dat hij de tenlastegelegde bewoordingen heeft gebruikt en dat hij echt een schietende beweging heeft gemaakt. De verklaring van aangever vindt ook geen steun in de verklaringen van de getuigen. Verder is aangevoerd dat verdachte geen opzet heeft gehad nu zijn wil niet was gericht op het teweegbrengen van vrees bij het slachtoffer. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs De rechtbank stelt op grond van de hierna in het bewijsmiddelenoverzicht opgenomen bewijsmiddelen vast dat verdachte op 14 april 2022 bij [bedrijf 1] goederen heeft gestolen. Op de beelden is door de verbalisanten gezien dat verdachte goederen uit de schappen van het [bedrijf 1] heeft weggenomen. Later zijn ook goederen bij verdachte aangetroffen en deze zijn niet door verdachte betaald. Dat verdachte dus daadwerkelijk goederen die aan het [bedrijf 1] toebehoorden heeft weggenomen, staat voor de rechtbankvast. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor de diefstal van een fles wijn bij [bedrijf 2] door verdachte. Uit niets kan worden opgemaakt dat verdachte die dag zelf daadwerkelijk bij [bedrijf 2] is geweest. In zoverre zal de rechtbank verdachte vrijspreken. Ook feit 2 acht de rechtbank, gelet op de hierna genoemde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen. Het uiten van de tenlastegelegde bewoordingen, in samenhang bezien met de gemaakte schietbeweging, maakt dat het geheel van bewoordingen en gebaren van verdachte bedreigend is geweest voor het slachtoffer. De bedreiging is ook van dien aard geweest en is onder zodanige omstandigheden geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee werd gedreigd. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1 op 14 april 2022 te Tilburg goederen die geheel aan [bedrijf 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2 op 12 juni 2022 te Tilburg [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met zijn, verdachtes, rechterhand een zogenaamde "schietbeweging" gemaakt zichtbaar voor en bestemd voor die [slachtoffer] en vervolgens die [slachtoffer] meermalen dreigend de woorden heeft toegevoegd "ik maak je af" en "ik pak je nog wel", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel). 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte beseft dat hij hulp en behandeling nodig heeft voor zijn alcoholverslaving. Naar de opvatting van de verdediging kan die hulp geboden worden door Novadic Kentron. De vrees bestaat dat oplegging van de gevorderde maatregel zal leiden tot een kale detentie. Bepleit is de maatregel voorwaardelijk op te leggen zodat verdachte nog een kans krijgt. Mocht de rechtbank de maatregel onvoorwaardelijk opleggen, dan wordt verzocht deze te beperken tot één jaar of meer subsidiair om een tussentijds toetsmoment te gelasten 6.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat verdachte al vele malen is veroordeeld voor vermogensdelicten. Ook in de onderhavige zaak heeft verdachte zich weer schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstallen bezorgen de winkeleigenaar en de samenleving als geheel, ernstige overlast. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een trajectbegeleider bij het Leger des Heils, een hulpverlener die er juist voor verdachte is om hem te helpen. Verdachte heeft deze hulpverlener woordelijk met de dood bedreigd en daarbij met zijn hand een schietbeweging gemaakt. De rechtbank acht ook dit een ernstig feit. Bij het bepalen van de soort en de duur van de op te leggen straf of maatregel heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport dat is uitgebracht door de reclassering op 19 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.