← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:5428

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/4217 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2022 in de zaak tussen [naam eiser 1] en [naam eiser 2] , uit [plaatsnaam] , eisers (gemachtigde: [naam gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen de brief van 27 juli 2022 waarin verweerder de aansprakelijkheid voor de door eisers geleden schade aan hun riolering, die volgens eisers is veroorzaakt door boomwortels afkomstig van gemeentegrond, afwijst. Overwegingen Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom de rechtbank kennelijk onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen. Artikel 8:1 van de Awb bepaalt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling die op rechtsgevolg is gericht. Dit betekent dat feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen in beginsel buiten de bevoegdheid van de bestuursrechter vallen en dus tot het domein van de burgerlijke rechter behoren. De afwijzing van de aansprakelijkheid voor de door eisers geleden schade aan hun riolering, die volgens eisers is veroorzaakt door boomwortels afkomstig van de gemeentegrond, is niet gedaan in het kader van verweerders bestuursrechtelijke taken en bevoegdheden, maar als eigenaar van (de bomen op) de gemeentegrond. De aansprakelijkheid voor de schade die verweerders eigendom al dan niet toebrengt aan een derde is privaatrechtelijk geregeld. De afwijzing van de aansprakelijkheid kan dus niet gezien worden als een publiekrechtelijke rechtshandeling. De rechtbank is daarom kennelijk onbevoegd om van het beroepschrift kennis te nemen. Omdat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het ingestelde beroep, zal het door eiser betaalde griffierecht worden teruggestort. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 16 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.