← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:5804

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Tilburg zaak/rolnr.: 9899058 CV EXPL 22-2053 vonnis d.d. 28 september 2022 inzake de besloten vennootschap Billink Financial Solutions B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam, eiseres, verder te noemen: “Billink”, gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V. te Eindhoven, tegen [gedaagde] wonende te [adres] gedaagde, verder te noemen: “ [gedaagde] ”, procederend in persoon. 1Het verloop van het geding 1.

  1. De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. de dagvaarding van 13 mei 2022 met producties; b. de conclusie van antwoord met producties; c. de conclusie van repliek met één productie; d. de conclusie van dupliek met één productie. 1.
  2. Vervolgens is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
  3. Billink vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 128,23, vermeerderd met de wettelijke rente over € 85,65 vanaf 13 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 2.
  4. [gedaagde] voert verweer. 3De beoordeling 3.
  5. Tussen partijen staat het volgende vast. Billink heeft een factuur d.d. 26 oktober 2020 ter hoogte van in totaal € 85,65 naar het e-mailadres [e-mail gedaagde] gestuurd. Dit bedrag is niet betaald door [gedaagde] . 3.
  6. Billink vordert van [gedaagde] betaling van voornoemde factuur, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt aan deze vordering – kort weergegeven – ten grondslag dat Eyepopper en [gedaagde] een koopovereenkomst hebben gesloten op grond waarvan Eyepopper artikelen heeft geleverd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft gekozen voor achteraf betalen aan Billink, waarbij de vordering van Eyepopper op [gedaagde] aan Billink is gecedeerd. [gedaagde] heeft de verschuldigde prijs van € 85,65 echter niet betaald, waardoor [gedaagde] daarnaast de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is, aldus Billink. 3.
  7. [gedaagde] betwist de goederen bij Eyepopper te hebben besteld en betwist de goederen te hebben ontvangen. [gedaagde] voert – kort weergegeven – aan dat er sprake is van internetfraude, aangezien blijkbaar iemand anders de betreffende bestelling heeft gedaan op zijn adres, met een fictief e-mailadres. [gedaagde] heeft tot slot bij conclusie van dupliek medegedeeld graag aanspraak te maken op een financiële vergoeding als compensatie voor geleden schade. 3.
  8. De kantonrechter overweegt als volgt. 3.
  9. Allereerst wordt opgemerkt dat het indienen van een tegenvordering (dit heet een eis in reconventie) op grond van artikel 137 Rv direct bij de conclusie van antwoord moet worden ingesteld. Later kan dus niet meer. [gedaagde] heeft pas bij conclusie van dupliek aangegeven een tegenvordering (de door hem gestelde schadecompensatie) te willen instellen. [gedaagde] wordt daarom ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard in zijn tegenvordering. Bovendien zou de tegenvordering zijn afgewezen omdat deze vordering niet is gemotiveerd of op andere wijze is onderbouwd. 3.
  10. De kantonrechter is voorts van oordeel dat, gelet op het gemotiveerde verweer van [gedaagde] dat er sprake is van identiteitsfraude, onvoldoende is komen vast te staan dat tussen Eyepopper en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen. [gedaagde] heeft in dit kader gemotiveerd aangevoerd dat de bij Eyepopper opgegeven gegevens niet (geheel) overeenkomen met die van [gedaagde] , aangezien het correspondentie e-mailadres niet van hem is, zijn voornaam niet [naam 1] is, maar [gedaagde] met als roepnaam [naam 2] en zijn straatnaam overigens ook verkeerd is gespeld. De kantonrechter volgt daarbij niet de stelling van Billink dat de bij Eyepopper opgegeven naam een afgeleide zou zijn van de in het BRP geregistreerde voornaam van [gedaagde] en dat [gedaagde] een typefout zou hebben gemaakt voor wat betreft de opgegeven straatnaam. De kantonrechter overweegt hierbij ten overvloede dat Billink in dit kader nog bij conclusie van repliek heeft gesteld dat het op weg lag van [gedaagde] om aangifte te doen indien er sprake zou zijn van identiteitsfraude. [gedaagde] heeft bij conclusie van dupliek aangegeven dat hij dit ook (inmiddels) heeft gedaan, met overlegging van het proces-verbaal. De kantonrechter ziet in dit geval, nu de kantonrechter ook zonder deze productie al tot voornoemde conclusie was gekomen en gelet op de aard van de productie, te weten een door een politieambtenaar opgemaakt stuk, in dit geval geen aanleiding om Billink nog uit te laten over deze overgelegde productie. 3.
  11. Daarbij heeft [gedaagde] ook de ontvangst van de op de factuur van Eyepopper genoemde goederen betwist. Billink heeft in dit kader gesteld dat zij geen afleverbewijs meer voorhanden heeft aangezien het een bestelling uit 2020 betreft. De kantonrechter is van oordeel dat dit voor rekening en risico van Billink komt en dat, zonder deze gegevens, onvoldoende is vast komen te staan dat de door Billink gestelde bestelling, die uit meerdere items zou bestaan ook daadwerkelijk aan [gedaagde] is afgeleverd. 3.
  12. Gelet op het bovenstaande wijst de kantonrechter de vordering af. 3.
  13. De proceskosten komen voor rekening van Billink, omdat zij ongelijk krijgt. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden berekend op € 0,-, omdat hij in persoon heeft geprocedeerd en hij niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat hij kosten heeft gemaakt die voor toewijzing in aanmerking komen. 4De beslissing De kantonrechter: wijst de vordering af; veroordeelt Billink in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 0,-. Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.