← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6157

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Middelburg parketnummer: 02/093581-21 rk-nummer: 21-011998 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 10 augustus 2021, in de zaak: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,wonende te [adres] ,woonplaats kiezende ten kantore van mr. M. Broere, Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal. Verzoeker is [verzoeker] voornoemd. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:  het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 4.328,78, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00; de kennisgeving sepot van 20 mei 2021; de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Op 26 januari 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. T.C.M. Hendriks, en mr. M. Broere als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord. Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. Verzoeker heeft in het verzoekschrift aangevoerd dat hij werd verdacht van het plegen van een misdrijf. De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel doordat de officier van justitie op 21 mei 2021 de strafzaak tegen verdachte onvoorwaardelijk heeft geseponeerd. Verzoeker vraagt om toekenning van een vergoeding van € 4.328,78 voor kosten van rechtsbijstand en om toekenning van de forfaitaire vergoeding ter hoogte van € 340,00 voor het opstellen en het indienen van onderhavig verzoekschrift. De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat het verzoek tot toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand kan worden toegewezen tot een bedrag van € 4.083,

  1. De berekende 6% kantoorkosten zijn niet gespecificeerd en moeten worden afgewezen. De verzochte forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift kan worden toegewezen. In geval van een mondelinge behandeling van het verzoekschrift, kan een vergoeding worden toegewezen van € 680,
  2. In raadkamer is namens verzoeker aangevoerd dat in de overeenkomst is opgenomen dat 6% kantoorkosten in rekening worden gebracht, wat ook is gebeurd. Onder kantoorkosten vallen bijvoorbeeld reiskosten. 6% kantoorkosten is naar goed gebruik voor toewijzing vatbaar. De forfaitaire vergoeding voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer van € 680,00 kan ambtshalve worden toegekend. In raadkamer heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de kantoorkosten geen exorbitant bedrag zijn en kunnen worden toegewezen. 2De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd. Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman. Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. De rechtbank is, gehoord de officier van justitie en de advocaat, van oordeel dat de post kantoorkosten ad € 202,50 voor vergoeding in aanmerking komt. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 4.328,78 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank niet onbillijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend. 3De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 5.008,78, bestaande uit: - € 4.328,78 aan kosten van rechtsbijstand en - € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; bepaalt dat een bedrag van € 5.008,78 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten , onder vermelding van “Dossier [verzoeker] . Deze beslissing is op 9 februari 2022 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zuidhof, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari
  3. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.