← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6411

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Middelburg Parketnummer: 02-141014-21 rk-nummer: 019722-21 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering ingekomen ter griffie op 17 december 2021 in de zaak: [verzoeker] , [woonadres] , woonplaats kiezende ten kantore van mr. R.A.A. Maat, Wulfaertstraat 3, 4461 HS Goes. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:  het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat tot een bedrag van € 2.720,08 ter zake van: de kosten van rechtsbijstand ten bedrage van € 2.308,68 de kosten raadsman met betrekking tot de opstelling, indiening en behandeling van het verzoekschrift ter zitting ten bedrag van € 680,00; de kennisgeving voorwaardelijk sepot d.d. 16 september 2021; het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 16 maart 2022, waaruit blijkt dat de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs en de gemachtigd raadsman zijn gehoord. Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling ter zitting verschenen. 2De beoordeling Het verzoekschrift is tijdig en op de juiste wijze ingediend. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd. Namens verzoeker is aangevoerd dat de zaak is geëindigd met een sepot en dat er gronden van redelijkheid en billijkheid aanwezig zijn om tot een vergoeding van de gevraagde kosten te komen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker niet ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat sprake is van een voorwaardelijk sepot, waarvan de proeftijd is ingegaan op 21 oktober

  1. Met betrekking tot de ontvankelijkheid overweegt de rechtbank als volgt. Ingeval van een voorwaardelijk sepot kan de verzoeker niet eerder dan nadat de proeftijd is verstreken, zonder dat verzoeker de algemene voorwaarden heeft overtreden, voor een schadevergoeding in aanmerking komen. De zaak is niet beëindigd zolang de proeftijd van de strafrechtelijke bemiddelingsovereenkomst niet is verstreken. De rechtbank constateert dat in de onderhavige zaak sprake is van een voorwaardelijk sepot onder voorwaarde op 16 september 2021, met een proeftijd van één jaar, welke proeftijd is ingegaan op 21 oktober
  2. Nu de proeftijd nog niet is verstreken, is de zaak nog niet beëindigd en zal de rechtbank verzoeker niet ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. 3De beslissing De rechtbank verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek. Deze beslissing is op 30 maart 2022 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart
  3. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.