RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummer: 02-099323-22 vonnis van de meervoudige kamer van 4 november 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1977 [geboorteplaats] nu gedetineerd in de P.I. te Middelburg, raadsman mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 oktober 2022, waarbij de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte feit 1: op 18 april 2022 [slachtoffer] heeft bedreigd;feit 2: in de periode van 1 maart 2022 tot en met 18 april 2022 de laptop van [slachtoffer] heeft verduisterd. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen in het dossier. Ten aanzien van feit 2 bevat het dossier onvoldoende bewijs om vast te stellen dat verdachte de laptop heeft verduisterd, zodat vrijspraak moet volgen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft gelet op de bekennende verklaring van verdachte ten aanzien van feit 1 geen bewijsverweer gevoerd. Verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2 wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Feit 1 Aangezien verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op: de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 oktober 2022; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , pagina’s 3 t/m 5 van het proces-verbaal geregistreerd onder proces-verbaalnummer PL2000-2022098981, van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, district Zeeland, basisteam Zeeuws-Vlaanderen; het proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 31 t/m 33 van het proces-verbaal geregistreerd onder proces-verbaalnummer PL2000-2022098981, van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, district Zeeland, basisteam Zeeuws-Vlaanderen. Feit 2 De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering van de laptop. Zij zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 op 18 april 2022 in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd (middels de telefoon en geluidsfragmenten) met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik sta zometeen bij jou voor de deur en dan heb je het geld voor me want ik schiet je door je kanker kop heen jongen" en "Want ik schiet je kanker kop eraf" en "En als je dat niet doet dan heb je echt een kanker probleem dan knal ik je gewoon voor je kanker lijer" en "Je gaat mij betalen of ik schiet een knie schijf er af goos". De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar, zonder aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzet zich tegen oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel, nu die zich niet verhoudt tot de ernst van het gepleegde feit. Verder heeft verdachte zich in 2021 behandelbaar getoond en was er een voorzichtige stijgende lijn zichtbaar. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden is deze lijn doorbroken en om die reden is de ambulante hulp niet van de grond gekomen. Een voorwaardelijke ISD-maatregel is daarom meer passend. Daarbij kunnen de bijzondere voorwaarden die eerder aan verdachte zijn opgelegd, opnieuw aan hem worden opgelegd. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft aangever, met wie hij in conflict was, via meerdere geluidsfragmenten woordelijk met de dood en met zware mishandeling bedreigd. De bedreigingen hebben bij aangever gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Dit volgt ook uit de aangifte, waaruit blijkt dat aangever erg bang is geweest dat verdachte de geuite bedreigingen daadwerkelijk zou gaan uitvoeren. De rechtbank rekent verdachte dit aan. De rechtbank overweegt dat uit het strafblad van verdachte van 4 oktober 2022 blijkt dat hij veelvuldig met justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het rapport van reclasseringsinstantie GGZ Emergis van 19 juli 2022 en de aanvulling hierop van 11 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.