← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6448

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: onbekend rk-nummer: 21-014783 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 27 september 2021, in de zaak: [verzoekster] geboren op [geboortedag] 2002 te onbekend woonplaats kiezende ten kantore van mr. H. van Asselt, Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal Verzoekster is [verzoekster] voornoemd. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het verzoekschrift ex artikel 29f Sv; de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Op 11 maart 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. J. Castelein, verzoekster en mr. H. van Asselt als advocaat van verzoekster gehoord. Namens verzoekster is aangevoerd dat zij op 10 december 2018 is aangehouden wegens mishandeling/zware mishandeling van baby [naam baby] . Er is geen enkel bewijs dat verzoekster als verdachte van de mishandeling kan worden aangemerkt. Verzoekster wendt zich tot de rechtbank met het verzoek te verklaren dat de zaak is geëindigd. De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat verdachte [verdachte] wordt gedagvaard. In dat onderzoek dient de rapportage van het NFI te worden afgewacht. Er is vooralsnog geen sprake van een vervolging en het kan niet worden uitgesloten dat verzoekster niet vervolgd gaat worden. Er is geen sprake van een situatie waarin er niet of nauwelijks activiteiten worden verricht in het strafrechtelijk onderzoek. De officier van justitie heeft verzocht het verzoek af te wijzen. 2De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen. Bij de toepassing van artikel 29f Sv staat het belang van de verzoeker voorop om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de tegen hem aangevangen en nog niet beëindigde vervolging door het Openbaar Ministerie. De maatstaf bij de beoordeling van het verzoek is of in de zaak van de verzoeker, die nog niet formeel is geëindigd, niettemin gezegd kan worden dat de vervolging niet wordt voortgezet. De rechtbank stelt vast dat het Openbaar Ministerie in afwachting is van een rapport van het NFI op basis waarvan zij zal zij pas kunnen beslissen of verzoekster al dan niet als verdachte kan worden aangemerkt. Dit rapport wordt op korte termijn verwacht. Er is dan ook vooralsnog geen sprake van een vervolging die kan worden beëindigd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. 3De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek af. Deze beslissing is op 25 maart 2022 gegeven door mr. R.P. Broeders rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.