RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Tilburg zaak/rolnr.: 9689561 CV EXPL 22-603 vonnis d.d. 20 juli 2022 inzake de stichting Stichting Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling in het Kappersbedrijf , statutair gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht , eiseres, gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V., gevestigd te Amersfoort, tegen [gedaagde] handelend onder de naam [gedaagde], wonende te [adres gedaagde] , gedaagde, procederend in persoon. Partijen zullen hierna aangeduid worden als “ SFK ” respectievelijk “ [gedaagde] ”. 1De procedure 1.
- De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. het exploot van dagvaarding van 1 februari 2022 met producties; b. de akte vermindering van eis van 16 februari 2022; c. de conclusie van antwoord met producties; d. de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermindering van eis met producties; e. de aantekeningen van de griffier op het audiëntieblad van 8 juni
- 1.
- De inhoud van deze stukken, met inbegrip van de daarbij overgelegde bescheiden, geldt als hier ingelast. 2Het geschil en de beoordeling 2.
- SFK heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 274,41 (bestaande uit de hoofdsom: € 215,64, vervallen wettelijke rente tot 26 januari 2022: € 10,37 en buitengerechtelijke incassokosten: € 48,40 inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 215,64 vanaf 26 januari 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, alsmede [gedaagde] in de kosten van de procedure te veroordelen. 2.
- SFK heeft bij akte van 16 februari 2022 haar vordering verminderd met een door haar op 14 februari 2022 ontvangen bedrag van € 219,
- Dit bedrag strekt in de eerste plaats in mindering op de gevorderde hoofdsom van € 215,
- Het restant van € 3,40 (€ 219,04 -/- € 215,64) strekt in mindering op het bedrag van € 10,37 ter zake vervallen wettelijke rente. 2.
- [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord bezwaar gemaakt tegen de medegevorderde kosten. [gedaagde] stelt dat zij deze kosten niet verschuldigd is, omdat de brieven/facturen, ondanks de wijziging van het adres in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel naar het oude adres van de salon ( [adres] ) zijn gezonden. 2.
- SFK heeft haar vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het antwoord van [gedaagde] op die vordering gemotiveerd weersproken. SFK heeft uit coulance afgezien van haar vordering tot betaling van het restant van de gevorderde wettelijke rente (€ 10,37 minus € 3,40). De vordering van SFK ziet derhalve enkel op de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. 2.
- Van de vervolgens geboden gelegenheid om op de conclusie van repliek te reageren heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. 2.
- Daarmee staat als niet weersproken vast dat [gedaagde] wel door SFK op het bij de KvK geregistreerde adres is aangeschreven en dat, voor zover [gedaagde] bepaalde brieven niet heeft ontvangen, dit in haar risicosfeer is gelegen omdat zij haar verhuizing niet tijdig heeft doorgegeven. Verder wordt ervan uitgegaan dat zij sommaties ook per e-mail heeft ontvangen. Nu de in de conclusie van repliek niet weersproken nadere stellingen van SFK het verweer van [gedaagde] voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen zal de vordering worden toegewezen. 2.
- [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij tevens worden veroordeeld in de proceskosten van SFK . Die kosten worden tot en met vandaag vastgesteld op € 407,52, bestaande uit € 129,52 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 150,- (2 punten x € 75,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde van SFK . 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan SFK te betalen een bedrag van € 48,40; 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van SFK tot op heden vastgesteld op € 407,52; 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2022.