RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 21/1942 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2022 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] NB, belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde] ), en De inspecteur van de belastingdienst (de inspecteur). 1Inleiding 1.
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 22 april
- 1.
- De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2019 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 88.
- 1.
- De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag gehandhaafd. 1.
- De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur [inspecteur 1] en [inspecteur 2] . 2Beoordeling door de rechtbank 2.
- Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in de volgende zin: de aanslag wordt verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 51.
- De in rekening gebrachte belastingrente wordt dienovereenkomstig verminderd; de inspecteur vergoedt de proceskosten van belanghebbende voor de door gemachtigde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de bezwaarfase 1 punt wordt toegekend (voor het bijwonen van de hoorzitting) en voor de beroepsfase 2 punten (voor het indienen van het beroepschrift en het bijwonen van de zitting) met toepassing van een wegingsfactor 1 voor de zwaarte van de zaak. aan belanghebbende wordt door de inspecteur het griffierecht van € 49 vergoed. 2.
- De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en de te vergoeden proceskosten conform de door partijen overeengekomen uitgangspunten vaststellen op € 1.787 (€ 269 voor de bezwaarfase en € 1.158 (2 x € 759) voor de beroepsfase). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraak op bezwaar; vermindert de aanslag IB/PVV voor het jaar 2019 tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 51.029; vermindert de in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig; bepaalt dat inspecteur het griffierecht van € 49 aan belanghebbende moet vergoeden; veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 1.787 aan proceskosten aan belanghebbende. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
- bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.