RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummers: 02-189680-22, 09-251063-20 (TUL), 02-247129-20 (TUL), 02-116979-21 (TUL) en 15-327097-20 (TUL) vonnis van de meervoudige kamer van 10 november 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te Heemskerk op [geboortedag] 1995, wonende te [woonadres] , nu gedetineerd in de P.I. Zaanstad, raadsman mr. S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 oktober 2022, waarbij de officier van justitie, mr. J. Castelein, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermelde parketnummers. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 26 juli 2022 verschillende goederen heeft gestolen bij de [naam supermarkt] te Hulst, waarbij hij geweld heeft gebruikt tegen een medewerker en twee klanten. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de diefstal met geweld wettig en overtuigend gelet op de aangifte, de bijgevoegde kassabonnen, de camerabeelden en de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd. Op basis van die bewijsmiddelen kan worden bewezen dat verdachte sushi heeft weggenomen. Van de overige ten laste gelegde goederen moet hij gedeeltelijk worden vrijgesproken. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het feit, omdat het oogmerk op wederrechtelijke toe-eigening bij verdachte ontbrak. Door de persoonlijke problematiek die bij hem speelt is verdachte het overzicht kwijtgeraakt. Hij was in de veronderstelling dat hij niets verkeerd had gedaan en wilde de goederen alsnog afrekenen. Toen dit niet mocht, wilde hij zich onttrekken aan de situatie. Om die reden kan eveneens niet worden bewezen dat verdachte het geweld heeft gebruikt met het oogmerk om de vlucht mogelijk te maken. De verdediging is het verder met de officier van justitie eens dat verdachte een deel van de ten laste gelegde goederen heeft afgerekend. 5Het oordeel van de rechtbank 5.1.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 5.1.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Uit de in de bijlage opengenomen bewijsmiddelen blijkt dat verdachte tijdens het winkelen meerdere goederen in een tas heeft gestopt. Een deel van de goederen heeft verdachte bij de zelfscankassa afgerekend. Uit de bij de aangifte bijgevoegde kassabonnen is gebleken dat verdachte sushi en blikjes [biermerk] niet heeft afgerekend. Door de goederen in zijn tas te stoppen heeft hij de goederen aan het zicht van de winkel onttrokken en zichzelf beschikkingsmacht over de goederen gegeven. Doordat de verdachte zich als heer en meester over voornoemde goederen heeft gedragen, is ook het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening bewezen. Verdachte was bovendien op weg naar de uitgang en stond al voor de poortjes op het moment dat hij gecontroleerd werd. Daarnaast is op de camerabeelden te zien dat verdachte tijdens de controle probeert weg te lopen. Uit al deze omstandigheden blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat verdachte de intentie had om alsnog af te rekenen. Aldus heeft hij zich schuldig gemaakt aan diefstal van sushi en enkele blikjes [biermerk] . De overige goederen had verdachte afgerekend, zodat hij daarvoor gedeeltelijk zal worden vrijgesproken. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte nadat aan hem is medegedeeld dat de politie zou worden gebeld, geweld heeft toegepast, om op die manier te ontkomen aan de aanhouding en de vlucht mogelijk te maken. De verklaringen van de medewerkers worden ondersteund door de camerabeelden, waarop te zien is dat verdachte zowel duwende als trappende bewegingen naar één van de medewerkers en/of twee klanten heeft gemaakt. Op de camerabeelden is niet te zien dat verdachte voornoemde personen heeft geslagen. Hiervan zal verdachte gedeeltelijk worden vrijgesproken. Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op het vorenstaande worden bewezen dat verdachte geweld heeft toegepast om de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. Deze gang van zaken kan naar het oordeel van de rechtbank als diefstal met geweld worden gekwalificeerd. 5.2 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 26 juli 2022 te Hulst, sushi en [biermerk] , die geheel aan [naam supermarkt] Supermarkt (aan [adres supermarkt] ), toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer] en een tweetal klanten van die supermarkt, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (in een worsteling) trappende en/of duwende bewegingen te maken richting voormelde personen. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 6De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 7De strafoplegging 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd. 7.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een winkeldiefstal met geweld. Hij heeft door het plegen van dit feit er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendommen van anderen en heeft daarmee voor schade en overlast gezorgd. Op de camerabeelden is te zien dat op het moment dat verdachte op de grond door klanten in bedwang werd gehouden het winkelend publiek langs liep. Daar waren ook kinderen bij aanwezig. Dit moet op hen veel indruk gemaakt hebben. Verdachte heeft hierbij niet stilgestaan en enkel oog gehad voor zijn eigen belang. Daarnaast heeft verdachte door geweld te gebruiken een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze personen. De rechtbank rekent verdachte dit feit aan. De rechtbank overweegt dat uit het strafblad van verdachte van 27 september 2022 blijkt dat hij veelvuldig met justitie in aanraking is gekomen, ook voor soortgelijke feiten. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het rapport van Reclassering Fivoor van 6 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.