← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6684

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 10137182 VV EXPL 22-37 Vonnis in kort geding van 8 november 2022 in de zaak van de besloten vennootschap KWAKKENBOS BEWINDVOERINGEN B.V., in hoedanigheid van bewindvoerder van [eiser], gevestigd en kantoorhoudende te Goes, eisende partij, hierna te noemen: de bewindvoerder, gemachtigde: mr. C.G.A. Mattheussens, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 17 oktober 2022, met producties; - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 25 oktober
  2. 1.
  3. De kantonrechter heeft eerst een dagvaarding ontvangen, welke niet door de deurwaarder is ondertekend. Vervolgens is een ondertekende dagvaarding ontvangen. Onweersproken is gesteld dat de aan [gedaagde] betekende dagvaarding ondertekend is. [gedaagde] is op de mondelinge behandeling van 25 oktober 2022 verschenen. Hierdoor is vast komen te staan dat de dagvaarding op de juiste wijze aan [gedaagde] is betekend. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. De heer [eiser] (hierna: [eiser] ) huurt per 1 januari 2019 van [gedaagde] een kamer, gelegen aan [adres] (hierna: de kamer). In de huurovereenkomst is onder meer opgenomen dat de verhuurder de huurovereenkomst eenzijdig kan opzeggen. 2.
  6. [gedaagde] heeft per e-mail van 17 mei 2022 de huur eenzijdig opgezegd wegens overlast en onderhuur. Per e-mail van 25 mei 2022 heeft de gemachtigde van de bewindvoerder aangegeven dat niet met de opzegging wordt ingestemd, omdat de door [gedaagde] gestelde overlast en onderhuur wordt betwist. 2.
  7. Per e-mail van 7 juni 2022 is [gedaagde] gesommeerd om sleutels af te geven van de deur van de kamer. Nadat een kort geding was aangevangen, heeft [eiser] toegang gekregen tot de kamer. Het kort geding is daarop ingetrokken. 2.
  8. Per e-mail van 12 september 2022 is [gedaagde] opnieuw verzocht om tot afgifte van sleutels van de deur van de kamer over te gaan, omdat [eiser] wederom niet de kamer in kon. [gedaagde] heeft vervolgens geen sleutels verstrekt. 3Het geschil 3.
  9. De bewindvoerder vordert – samengevat – in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, afgifte van de sleutels van de kamer binnen 24 uur na betekening van het vonnis en dat [gedaagde] wordt verboden handelingen te verrichten jegens de bewindvoerder of [eiser] welke tot gevolg hebben dat de bewindvoerder of [eiser] geen toegang heeft tot de kamer, beide op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere keer dat [gedaagde] in strijd hiermee handelt. Hiertoe wordt gesteld dat [gedaagde] op grond van de wet aan [eiser] het ongestoord huurgenot moet verschaffen. Nu [gedaagde] het slot van de deur van de kamer heeft vervangen en (ondanks sommatie) geen sleutels heeft afgegeven, is [gedaagde] tekortgeschoten in die verplichting. Aangezien [eiser] geen vervangende woonruimte heeft, is er sprake van een spoedeisend belang om weer toegang tot de kamer te krijgen. 3.
  10. [gedaagde] voert verweer. De huurovereenkomst is door hem opgezegd vanwege overlast en onderhuur, zodat hij niet langer het huurgenot hoeft te verschaffen. [eiser] verblijft niet in de woning. [gedaagde] heeft het slot van de deur niet in juni vervangen. Vanwege het niet beëindigen van de overlast en onderhuur heeft hij het slot wel omstreeks september/oktober vervangen. 3.
  11. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  12. Beoordeeld dient te worden of de bewindvoerder een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening en of aannemelijk is dat de vorderingen van de bewindvoerder in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het - mede gelet op de belangen van partijen over en weer - gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. 4.
  13. Het spoedeisend belang van de bewindvoerder vloeit voort uit de aard van de vordering. De bewindvoerder heeft in dat kader belang bij een snelle afhandeling van de vraag of de vorderingen worden toegewezen. 4.
  14. [gedaagde] heeft de huurovereenkomst eenzijdig opgezegd. Met die opzegging heeft de gemachtigde van de bewindvoerder niet ingestemd. Een opgezegde huurovereenkomst blijft, tenzij de huurder de overeenkomst heeft opgezegd of hij na de opzegging door de verhuurder schriftelijk in de beëindiging ervan heeft toegestemd, op grond van de wet van kracht tot het moment dat de rechter onherroepelijk heeft beslist op een vordering van de verhuurder om een tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst zal eindigen. Nu uitdrukkelijk is aangegeven dat niet met de huuropzegging wordt ingestemd en niet is gebleken dat onherroepelijk op een beëindigingsvordering is beslist, blijft de huurovereenkomst van rechtswege van kracht. Tussen partijen bestaat dan ook nog steeds een huurovereenkomst. 4.
  15. Ter zitting heeft [gedaagde] erkend dat hij in ieder geval eind september / begin oktober 2022 het slot van de deur heeft vervangen, toen de deur van de kamer openstond. Het kan daarom in het midden blijven of [gedaagde] ook in eerste instantie het slot heeft vervangen of dat een onderhuurder dat heeft gedaan, zoals door [gedaagde] gesteld. Daarnaast heeft [gedaagde] ter zitting verklaard dat de buren veel overlast ervaren. Ook heeft hij foto’s getoond waarop te zien is dat de kamer behoorlijk uitgeleefd was. Het is denkbaar dat dit voor een verhuurder een vervelende situatie oplevert. Dat maakt echter niet dat [gedaagde] zomaar het slot van de kamer mag vervangen en de kamer niet meer ter beschikking van [eiser] stelt. Zoals ook ter zitting aan [gedaagde] toegelicht, volgt uit de wet dat hij enkel met schriftelijke instemming van de bewindvoerder de huurovereenkomst kan beëindigen. Als die instemming niet volgt, dan zal [gedaagde] via de kantonrechter de huurovereenkomst moeten laten beëindigen. 4.
  16. [gedaagde] dient op grond van de huurovereenkomst en de wet het ongestoord huurgenot te verschaffen, zolang de huurovereenkomst voortduurt. Dat houdt onder andere in dat [gedaagde] toegang tot de kamer dient te verschaffen. Voldoende aannemelijk is dat de vorderingen in een te voeren bodemprocedure zullen worden toegewezen. Gelet op het voornoemde is de vordering tot afgifte van de sleutels van de deur van de kamer in kort geding toewijsbaar. 4.
  17. Zoals hiervoor al overwogen dient [gedaagde] op grond van de huurovereenkomst het huurgenot te verschaffen. Het gevorderde verbod om handelingen te verrichten die tot gevolg hebben dat de bewindvoerder of [eiser] geen toegang heeft tot de kamer vloeit voort uit de huurovereenkomst. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen. 4.
  18. De gevorderde dwangsom van € 1.000,00 voor iedere keer dat [gedaagde] zich niet aan de veroordelingen houdt zal worden toegewezen, met een maximum van € 5.000,
  19. De kantonrechter is van oordeel dat dit bedrag een voldoende prikkel geeft aan [gedaagde] om tot afgifte van de sleutels over te gaan en zich te onthouden van handelingen die voorkomen dat de bewindvoerder of [eiser] geen toegang tot de kamer heeft. 4.
  20. [gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van de bewindvoerder als volgt vastgesteld: - kosten van de dagvaarding € 127,43 - griffierecht € 128,00 - salaris gemachtigde € 498,00 Totaal € 753,43
  21. De beslissing De kantonrechter als voorzieningenrechter: 5.
  22. veroordeelt [gedaagde] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis tot afgifte aan de bewindvoerder van twee sleutels van het slot van de deur welke toegang heeft tot de kamer aan het adres [adres] , 5.
  23. verbiedt [gedaagde] om handelingen te verrichten jegens de bewindvoerder of [eiser] welke tot gevolg hebben dat de bewindvoerder of [eiser] geen toegang heeft tot de kamer, 5.
  24. veroordeelt [gedaagde] om aan de bewindvoerder een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere keer dat hij niet aan de veroordelingen onder 5.1 en 5.2 voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt, 5.
  25. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van de bewindvoerder tot dit vonnis vastgesteld op € 753,43, 5.
  26. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Thielen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.