RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 22/2014 en BRE 22/2015 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2022 in de zaken tussen [naam eiser 1] en [naam eiser 2] , uit [plaatsnaam] , eisers (gemachtigde: mr. N. Talhaoui), en Het dagelijks bestuur van gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden, verweerder. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 24 februari 2022 (het bestreden besluit) inzake de verleende ontheffing van de arbeidsplicht en de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie voor de duur van één jaar op grond van de Participatiewet. Overwegingen Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In zaken als dezen is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. De griffier heeft eisers bij gewone brieven in de gelegenheid gesteld de griffierechten te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brieven. Eisers hebben op 19 april 2022 om vrijstelling van de griffierechten in verband met betalingsonmacht verzocht. De rechtbank heeft bij aangetekende brieven van 28 april 2022 eisers verzocht om gegevens over hun inkomen en vermogen in te dienen. Eisers hebben hier niet op gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens bij brieven van 18 juli 2022 de beroepen op betalingsonmacht afgewezen. Vervolgens zijn eisers eerst bij gewone brieven en daarna bij aangetekend verzonden brieven van 17 augustus 2022 in de gelegenheid gesteld de griffierechten te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brieven als de (aangetekende) brieven. Eisers hebben de griffierechten niet (op tijd) betaald. Eisers hebben geen redenen gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 10 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.