← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6717

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 21/4138 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2022 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende (gemachtigde: R.A.A. van de Mortel), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 18 augustus 2021, betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017, met aanslagnummer [aanslagnummer] .H.76.01, beroep ingesteld. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 49,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. In verband met het beroep op betalingsonmacht heeft de griffier bij brief van 9 juni 2022 de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om de betalingsonmacht te onderbouwen. Belanghebbende heeft niet binnen de in de brief van 9 juni 2022 gestelde termijn gereageerd. De griffier heeft vervolgens het beroep op betalingsonmacht afgewezen. De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 28 juli 2022 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest. Hier is niet gebleken dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest. Opmerking verdient daarbij dat het beroep op betalingsonmacht terecht is afgewezen. Vrijstelling van griffierecht is enkel mogelijk wanneer belanghebbende aannemelijk maakt dat het maandelijkse netto-inkomen minder bedraagt dan 95% van de voor een alleenstaande geldende (maximale) bijstandsnorm en dat belanghebbende ook niet beschikt over vermogen waaruit het griffierecht kan worden betaald. Hierbij is de gezinssamenstelling van belanghebbende niet van belang. Verder moet het inkomen en vermogen van een eventuele fiscale partner worden opgeteld bij het inkomen en vermogen van belanghebbende. Nu belanghebbende niet heeft gereageerd op het verzoek om het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen, heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat aan de voorwaarden voor vrijstelling wordt voldaan. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 11 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Zie voor deze normen het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2015, onder meer gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:2015:354.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.