← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6718

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummers: BRE 22/2457 tot en met 22/2459 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2022 in de zaken tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 4 april 2022, betreffende de boetebeschikkingen behorende bij de naheffingsaanslagen omzetbelasting 2015 tot en met 2017, met aanslagnummers [aanslagnummer] .F.02.5501, [aanslagnummer] .F.02.6501 en [aanslagnummer] .F.02.7501, beroep ingesteld. Overwegingen Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In zaken als deze is het griffierecht eenmaal € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 12 juni 2022 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Omdat uit de basisregistratie persoonsgegevens bleek dat belanghebbende ingeschreven staat op het adres [adres] te ( [postcode] ) [plaats] is belanghebbende bij brief nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 29 juli 2022 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. De enveloppe waarin deze brief is verzonden is ongeopend ter griffie terugontvangen. Daarop is de brief op 19 augustus 2022 nogmaals naar dat adres gestuurd, nu per gewone post. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 11 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.