← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6722

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/4379 uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 november 2022 in de zaak tussen [naam verzoekster], uit [woonplaats verzoekster], verzoekster (gemachtigde: mr. F. Sarrari), en De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder (gemachtigde: mr. M. Reitsma). Procesverloop In het besluit van 31 augustus 2022 heeft het UWV de Ziektewet-uitkering van verzoekster met 100% verlaagd over de periode van 3 augustus 2022 tot en met 30 maart

  1. Verzoekster heeft hier bezwaar tegen gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. In het besluit van 6 oktober 2022 heeft het UWV alsnog met ingang van 3 augustus 2022 een Ziektewet-uitkering aan verzoekster toegekend. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het UWV heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat er geen bezwaar wordt gemaakt tegen een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
  2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
  3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het besluit van 6 oktober 2022 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,‑ en wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 759,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 11 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen. voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.